Shape of a Nation - Proloog

Een rondje Engeland, ofwel "Parallel Coast", ofwel End-to-End-the-Long-Way-Round
#Deel2<direct naar deel 2>UK - Shape of a Nation

Proloog

Het is ongeveer 2002 als binnen de eenpersoonsmotorclub het idee ontstaat om ooit eens "een rondje Engeland" te doen. Met de motor langs de kust van Groot Brittannië. Gewoon naar de kust rijden, dan oversteken naar Engeland en rechtsaf slaan, zo dicht mogelijk langs het water en dan maar zien wat je tegenkomt. Andere plannen, zoals de beroemde Alpentour, diverse vakanties, hard werken en ritjes naar bijvoorbeeld de Noordkaap weerhielden verdere uitwerking van het rondje Engeland.
 
Jaren later, het is dan 2013, gaan we onze oudste dochter ophalen in Yate bij Bristol, na een extra jaartje Highschool : we rijden met een huurcamper naar Lands-End en daar hoor ik voor het eerst van de "end-to-enders". Dat zijn mensen die op vaak hilarische wijze de route hebben afgelegd van John O'Groats als meest Noordoostelijke punt van Groot-Brittannië ’s vasteland tot aan Lands-End als meest Zuidwestelijke punt. Dat wil ik ook: op de motor maar dan "the long way round".
Gisteren pas leerde ik een nog mooiere term : mijn route vormt zo meteen "the shape of a nation".
 
Als enig lid en voorzitter van de Eenpersoonsmotorclub geniet ik vele voordelen maar heb ook enkele verplichtingen en één daarvan is dat ik moet luisteren naar mijn eega. Het is inmiddels 2016 geworden, beide meiden studeren en hoewel ik veel vrijheden heb kan ik niet zomaar 3 weken weg. Dus mijn Tour d’Angleterre wordt deel van een gezamenlijke vakantie: eerst ik een week naar Schotland, dan vliegt zij in op Edinburgh, vervolgens samen op de motor een week naar het Lake District. Apart heen en samen terug.  Of we passen dat plan aan en gaan naar West Schotland. Of misschien passen we ook dat plan nog aan.
 
Ergo: het is nu 2016, woensdagavond 17 augustus. Ik heb een prima motor met verse olie, een set van drie motorkoffers die nu nog leeg zijn, waterdichte motorkleding en een ticket IJmuiden-Newcastle. Morgen heb ik als vrije dag ingepland en ga ik alles inpakken en nog even een stroomdraad trekken voor het opladen van telefoon en tablet.
Morgenavond is ook de koffer van mijn vrouw ingepakt. Dat is het plan. Wat vaststaat, is dat vrijdag de Ferry met de motorclub aan dek het zilte zog zal kiezen.

<Top>

Dag 0 Duiven

 
Donderdag 18 augustus. Een normale doordeweekse dag zonder afspraken. Het is langzaamaan middag geworden. De laatste telefoontjes met klanten zijn gepleegd, alle benodigde inkopen zijn gedaan, kaarten liggen klaar en na het maken van een lijstje van dingen die ik zou kunnen vergeten begin ik langzaam de linker koffer en topkoffer van de motor te vullen.
 
In eerste instantie had ik nog een vaag idee om tijdens de ronde een paar keer te kamperen. Niet zozeer om geld te besparen maar om nog vrijer te zijn. Dat hield in dat ik de afgelopen weken diverse lichtgewicht tentjes heb gezien en zelfs een lichtgewicht slaapzak heb gekocht. Maar op het laatst heb ik bedacht dat ik toch niet zelf ga koken en dus in restaurants ga eten. En waarschijnlijk ook ergens ga ontbijten. En dus zou het ’s nachts wel eens nat en koud kunnen worden zodat je eerst de tent moet drogen en voordat je dan weer op pad bent is het al snel laat in de ochtend.
 
Dus ga ik niet kamperen. Dus hoef ik minder in te pakken. Dus ben ik snel klaar.
 
De rest van de dag niets bijzonders gedaan.
 
Of toch wel? Ik ben nog even naar Bever in Arnhem gefietst voor de aanschaf van een T-shirt met lange mouwen. Het is immers best warm voor de tijd van het jaar en als je dan met korte mouwen in je motorjas rondrijdt gaat het best plakken. Bij Bever raden ze een hou-je-cool shirt aan dat mij de komende dagen uitstekend gaat bevallen. Voor advies dus naar Bever! Voor een goed verhaal naar het volgende hoofdstuk.
 
Dag 1 van Duiven naar IJmuiden
 

Na weken van weinig tijd voor voorbereiden zijn gisteren de motorkoffers gepakt en deze staan in de kamer. Het is 8:30 en ik zit in het zonnetje in de tuin met een ontbijtje en begin met het maken van het verslag. Alle huisgenoten zijn aan het werk of aan de studie dus heb ik alle tijd aan mezelf.
Zo meteen knoop ik de koffers op de motor en ga beginnen met alweer een jongensdroom : een reis om het Verenigd Koninkrijk in een onbekend aantal dagen. Heb ik alles bij me, op een logische plek? De weersvoorspellingen baren me zorgen: de eerste dagen alleen maar regen en buien. 


Start in de Carillonstraat Duiven ca 11:30. De eenpersoonsmotorclub gaat op reis, tegelijkertijd start men de motor en rijdt de straat uit. Nog even tanken en dan weg richting de Ferry naar Newcastle. Bij Amsterdam wordt bij Kim (leuke meid) van Motorcity nog even koffie gedronken. Kim regelt de webshop verzendingen en met haar heb ik gezocht naar een standaard regendichte col voor aan mijn jas. Prima service, helaas uiteindelijk geen zaken kunnen doen.
 

 
Van Motorcity rij ik langs het kanaal naar de kust. Bij de pont naar Zaanstad gaan we even lunchen en kachelen dan naar IJmuiden. Te vroeg komen we aan en staan voor in de rij. Naast ons komt Jim uit Portland Oregon te staan. Jim is gestart in Kopenhagen, heeft daar een fiets gekocht en is via Groningen, Breda, Rotterdam en Haarlem nu op weg naar Newcastle en daarna Glasgow. Jim komen we weer tegen in de bar en samen met motorrijder Marco uit Rimini en een ouder stel uit Twente wachten we op het vertrek. Met bier. Hoezo sport verbroedert? Bier verbroedert beter! 



Overigens, als je de foto van Jim ziet moet je dan ook niet een beetje denken aan Fred Flintstone.... 
Marco is een vreemde snuiter. Een Italiaan die flegmatiek is, met humor. Hij spreekt uitstekend Engels en legt uit dat hij Garmin importeert in Italië. Ik ben jaloers op zijn navigatie systeem dat zelfs een regenradar op het scherm toont: kun je mooi om de nattigheid heen sturen.
 



Het weer wordt grijs en na de eerste nautische mijlen begint het te miezeren. Marco daarentegen neemt nog een slok, kijkt op zijn Garmin en voorspelt goed weer in Schotland. Ja ja. Italianen zijn goed. En betrouwbaar. 

Mijn hut is schoon en koel. Het is te vroeg voor het diner. De eenpersoonsmotorclub loopt een rondje schip, proeft twee Whisky's in de scheepswinkel en gaat even het dagboek bijwerken. 
Dan is het 20:15 en gaat het restaurant open. Met een buffet van zeker 20 meter heerlijkheden van lam via zalm tot garnalen en bakaardappeltjes. En van alles daar tussenin aan gezonde groentes. Met als afsluiter kaasplank of zoetigheid. DFDS, goed gedaan! 
Na het toetje, een rabarbercake, stel ik mijn mening bij, naar boven! DFDS, uitstekend gedaan!! 

Teruglopend naar mijn hut kom ik weer langs de scheepsshop en, het is heus waar, er staan zeker vijftig malt whisky's om van te proeven. Dus nog één klein slokje om het af te leren en dan naar bed. Morgenochtend een grote verrassing!! 

<Top> 

Dag 2 Van Newcastle naar Kinross

Even voor de wekker word ik wakker. 
Heb eigenlijk wel zin in een koffie. Voor bij de meegenomen mueslibolletjes. Omdat er nog wel tijd is kleed ik me aan en stap uit de hut en wat blijkt: zon!. 
Wat blief? Ik zeg zon! Had Marco de Italiaan dus toch gelijk. 
Snel koop ik een beker koffie en met mijn Hollandse zuinigheid zit ik fijn in de zon te ontbijten. Even later loop ik een rondje kom ik uit op het voordek om te zien hoe de Filipijnse zeelui, waarvan ik er een paar meen te herkennen als ober en als kok van gisteravond, bezig gaan met katrollen en meertouwen. 

Halverwege mijn appeltje komt Jim van gisteren nog even kletsen en blikken we terug op een leuke avond en vooruit op een mooi verblijf in Engeland. Dan is het tijd om de motor op te halen. Waarbij het blijkt dat ik weliswaar als eerste de boot op mocht maar dan ook samen met de andere motorrijders in een doodlopend steegje was verwezen.  Pas als alle vrachtwagens en personenwagens weg zijn mogen wij stoere mannen onhandig achteruit steppend de uitgang opzoeken. 




Via internet had ik 10 kilometer onderweg naar het noorden, in Whitley Bay, bekend van Marc Knopfler, een telefoonwinkel gevonden waar ik een data simkaart kon kopen. 10 kilometer verderop blijkt dat niet te kloppen. Ze verkopen daar alles behalve Vodafone data simkaarten. De jongeman aan de balie verwijst me naar Newcastle dat overigens veel verder landinwaarts ligt dan North Shields waar de Ferry aanmeert. Hij vertelt ook dat in Schotland de dekking van Three beter is dan van Vodafone. 
 
Zowel de Three als de Vodafone winkel ligt midden in de winkelstraat dus parkeer ik de motor op de stoep en leg een slot aan. Mag dat? Kan dat? Is het veilig? We zien wel. Nadat ik eerst probeer een Three kaart te kopen (werkt niet?) wandel ik naar de Vodafone shop. In die winkel raak ik geanimeerd aan de praat met een oude man die een Nederlandse voetballer coacht. Of vertegenwoordigt. Of alleen maar kent. Ik moet nog wennen aan het accent. Maar uiteindelijk ga ik weg met een simkaart die over 30 minuten actief wordt. Slim als ik ben neem ik een koffie op een terrasje en wacht totdat alles werkt. Mooi. Dan nu weer op pad.

Bij de motor heb ik een kort gesprek met een gemeente ambtenaar die met geel hesje en karretje de vuilnisbakken naliep. Zeer geïnteresseerd vraagt hij of ik kom of ga. Hijzelf had net een week Schotland achter de rug en toont trots een foto van Loch, Highlands én een Triumph Tiger. Gaaf, zo vriendelijk. Ben vergeten een fotootje van hem te maken. 

Het is droog, meer af dan toe schijnt er een mager zonnetje, soms vallen er een paar druppeltjes. Ik rij terug naar de kust en vervolg mijn route, zij het met een uur of anderhalf vertraging. Geen punt. 



Rijdend langs de kust kom je langs verrassende plekjes. Kleine dorpjes die de rust ademen van armoede en gevluchte jeugd. Soms ook kleine dorpjes met bezienswaardigheden en soms met een hardware store. Deze winkel van Sam de Sinkel kwam goed.
 

 
Op een bepaald punt voel ik iets in mijn nek prikken. In mijn spiegel zie ik dat mijn intercom is losgelaten en bungelt aan een draadje. Samen met Sam de eigenaar selecteren we een geschikte oplossing en een foto later ben ik weer onderweg. De plakstrips van plastic badkamer haakjes blijken beter bestand tegen het Engelse weer dan de dure 3M strips van de Sena Intercom. Weer iets geleerd.



Op een onverwacht moment, het zal niet ver van Marshall Meadows zijn geweest, wijzen vlaggen en een fijne klinkerstrook me op de overgang van Engeland naar Schotland. Een mijlpaal die ik even vastleg. Let op de dame op de mijlpaal. Ik heb haar zien klimmen. Geen fijn gezicht.
 
Over weer gesproken : als het weer slechter wordt kies ik ervoor om even een grote weg te nemen tot aan Dunbar. Vandaar wil ik weer langs de kust naar Edinburgh maar telkens leidt Tomtom me naar de doorgaande weg. Op zich is dat geen straf hoor, dus uiteindelijk geef ik me over aan de techniek van de moderne navigatie systemen en rij met een flinke gang richting Edinburgh.

Afbeeldingsresultaat voor edinburgh bridges


Als ik de rondweg gerond heb leidt de weg over het water naar Dunfermline. Er ligt daar een prachtige antieke gietijzeren spoorbrug naast een moderne hangbrug. En schrik niet, op een paar honderd meter is men druk met het bouwen van een nog grotere imposantere brug. Binnenkort is deze klaar voor gebruik.
 

 
Enkele kilometers, het kunnen ook mijlen geweest zijn, sta ik bij een benzinepomp en ga via Airbnb proberen een kamer te krijgen. Dat valt niet mee. De enige kamers die vandaag vrij zijn kosten een klein vermogen. Booking.com doet beter zijn best en ik selecteer een B&B in Kinross, niet ver van Glenrothes dat bekend is van zijn Whisky distilleerderij (dat denk ik, onnozele hals). 





In Kinross tref ik een Aziatische dame die het B&B heeft opgebouwd door allerlei uitbouwen en verbouwingen inclusief overnames van belendende percelen te combineren tot een fantastisch Booking.com presentatie. Snel ontvlucht ik mijn kamer voor de nacht op zoek naar pubfood en pints-of-lager. Via een gribus kom ik in een hotel met bar met prima Lager. Buiten wordt het ook droog. 

De hamburger van het huis smaakt uitstekend en langzaam warm ik op. Teruglopend naar huis bedenk ik dat ik moe ben en al om 21:30 ga slapen. 
<Top> 
Dag 3 van Kinross naar Macduff

Gisteren eindigde nat en koud. En er was geen verwarming in het B&B. Maar dat was gisteren. Vandaag begint helder met blauwe stukken in de lucht. Ik loop naar het B&B voor een ontbijtje. De dame blijkt Chinees te zijn die met 30 verhuisd is naar Colombia, daar een paar jaar gewoond heeft om daarna naar Barcelona te gaan. Uiteindelijk woont ze in Schotland. Hoe vreemd kan het leven verlopen. 
 

 
Van Kinross om het Loch Leven naar de kust via Glenrothes (waar geen whisky vandaan komt, dat komt uit een plaatse bij Rothes) naar Methil en Leven. Daar pak ik de kustweg weer op. De weg naar Crail is vlak en het wordt duidelijk dat er wel degelijk veel graan in Schotland is. Dan de hoek om naar St.Andrews, langs het Fairmont Hotel en een x-aantal golfbanen aan zee. Geen straf daar te moeten spelen. Met aanbiedingen van 18 holes voor £18,-. 


 

 
Om niet alleen grote weg te rijden zwenk ik even af naar Tayport om dan langs de kust naar de brug naar Dundee te rijden. Net over de brug zie ik links een tankstation. Net te laat sla ik een inrit in maar ben te ver. Dan maarterug, dat betekent keren waar niet mag, wachten voor stoplicht, rechts en weer rechts maar vanwege obstakels 500 meter verder de rotonde rond en dan eindelijk het tankstation. 
Tanken gaat goed. Betalen echter niet want de pinautomaat is kapot. De WC is kapot en de koffiemachine is "out of order" . Dus koffie en een plas moet in het naastgelegen Olympia zwembad. Dat bad adverteert met een 50meter baan (niemand te zien) en een tropisch gedeelte (vol mensen) en een groot kijkgedeelte (waar je niet wilt zijn om het overschot aan vet aan de zwemmers te vermijden, nee, het is geen fijne aanblik). En de koffie is ook niet te drinken. Maar ja, ik ben dan ook niet in Schotland voor de koffie en om te zeiken. 


 

 
Doppen in, helm op, sleutel om en weer verder. Het gaat langs de kust tot aan Arbroath, dan weer verder naar Montrose. De kust toont hier veel afwisseling met kastelen en strandjes en rotsen. Bij St.Cyrus kom je er ook achter hoe de vissers daar leven en leefden. Met regen wind en koude de Noorzee op. Ook Stonehaven is van origine zo'n vissersdorp, nu echer met iets meer toeristen die de levensstandaard aanzienlijk veranderd hebben. In Aberdeen verbaas ik me er over dat er op zondag gewoon gewinkeld, gewerkt, gevuilnismand en op straat geleefd wordt. Duidelijk een grote stad met veel inwoners en bezoekers die, net als de eenpersoonsmotorclub, op de esplanade een hapje en drankje doen. 


 

 

 
 
Met volle buik en de zon op de bol rijden we noordwaarts. Uiteraard wil ik Peterhead even zien en vanwege Tomtom en de kleine weggetjes kom ik bij een prachtig weggetje met soms 20% afdaling en schitterende blikken op groene kliffen loodrecht uit de zee en met vissershaventjes in de luwte daarvan. 



 
Het is nog steeds droog en zelfs grotendeels zonnig, toch besluit ik om vandaag eerder naar onderdak te zoeken. Ik kom uit in Macduff en rij bergop naar het Knowes Hotel.
 



Meteen bij binnenkomst denk ik aan Falty Towers, met name vanwege de grandeur van de naamborden en de leeftijd van het gebouw. Het personeel bestaat uit diverse jongeren van 18-25 jaar die op eigen wijze het ter zieke gaande hotel leven geven. 
Het kost weinig maar dan moet je wel de douche ( in een gangkast) en het toilet delen. De kamer is prima. Ik gooi de motorkoffers op bed en ga nog even een stukje rijden, immers lonkt de aanwezigheid van uitstekende whisky distilleerderijen in de directe omgeving.

 
Via een subliem weggetje door graanvelden en bossen kom ik bij Glendronach en maak een paar fotos van het idyllische huisje, de stapels vaten en warehouse 5&10. 


 

 
Weer terug in het hotel nemen we een bier en zitten in het zonnetje (!) te werken aan het verslag. Nog even, en we gaan eten. 
Als ik binnenkom zit het personeel te eten uit takeway bakjes. Als antwoord op mijn vraag blijkt dat het hotel gerund wordt door vrienden en vriendinnen van de 21 jarige zoon van de oud-eigenaar die "bezig is met andere dingen". Toch gaan ze voor mij nu kipdingetjes maken waar ik blij van ga worden. Ben benieuwd. 
<Top> 
Dag 4 Macduff John O'Groats

 Wil die baas van 21 me een Full English Breakfast serveren. Dat is me te groot en te veel dus vraag ik gewoon wat brood en ham en kaas of zo, met koffie. 
De koffie wordt een grote pot sterke thee (lees: slappe koffie) en daarbij wordt geserveerd : een grote witte bol met warme bacon en gesnipperde cheddar. Heerlijk. Maar ik neem me wel voor om vandaag groente en sla te zoeken. Ik schrijf nog even een beoordeling op Tripadvisor en maak mezelf en de motor klaar voor vertrek. De hele eenpersoonsmotorclub heeft er zin in. 
 


Vanwege een andere hobby slaan we een binnenweg in op zoek naar Aberlour en Macallan aan de Spey rivier. Onderweg passeer ik nog de Isla rivier maar zie zo snel geen distillery. In Aberlour is dat wel anders. Een bierbrouwerij in Arcen is er niets bij, zo groot. Blijkt ook dat Glenlivet en Aberlour in dezelfde fabriek worden gemaakt.
 

 
En in Cardhu, naast Knockando, komen Johnny Walker en Carhu uit dezelfde bekwame brouwershanden. De klap op de vuurpijl is wel Macallan, die op zijn grond een bouwput heeft ter grootte van een hogesnelheidstreinstation. Hier komen een nieuwe stokerij en een enorm bezoekerscentrum (terwijl het huidige er ook mag zijn). Maakt het ambachtelijke en nostalgische hier ook plaats voor economie en winstbejag.
 

 
Als je kijkt naar de namen van de eigenaren/investeerders (Pernod en ....) dan zijn dat multi nationals met drank overnames wereldwijd, zij zullen wel weer voor ons gaan bepalen wat lekker is en wat betaalbaar.... 
Eenmaal weer aan de kust rijden we dwars door Inverness. Bij het zien van een hardware store trekken we aan de rem en stappen naar binnen. Singh helpt ons aan een adapter voor Engelse stroom, want die uit Nederland werkte niet. Vanavond kunnen we onze apparatuur weer opladen. 
 

 

Nog een klein ommetje naar Loch Ness, en een foto maken, je weet maar nooit! Helaas geen monster, maar wel mijn eerste kennismaking met de midgets. Kleine k vliegjes die om je heen zwermen. Gelukkig bijten deze niet. 

Binnendoor rijden we, want er zal toch wel een ferry gaan, naar Cromarty aan het puntje van Black Isle. Niets te zien, dan maar weer terug. Helaas zonder een foto van het luisterrijke dorp te maken. 
 


Na een lunch op straat met een pint melk en een broodje met sla, werp ik nog een blik op de Glenmorangie distillery. Prachtig gelegen aan de Dornoch Firth (monding van de rivier Dornoch in de Noordzee) ruikt het er heerlijk naar mout en ander brouwsel. En ook hier zijn investeerders bezig met nieuwbouw. 
Nu laat ik de bossen en graanvelden achter en in de highlands worden de heuvels kaler. Dat wil zeggen, de heide die nu prachtig paars is en de gele brem nemen de begroeiing over. Dat leidt tot geweldige vergezichten, zeker omdat de wolkjes nouwelijks de zon iets in de weg leggen. Ik zoef voort totdat mijn blik valt op een vreemd icoon op het display. Zou het betekenen dat mijn koplamp stuk is? 
 


In Wick sla ik Old Punteney over en ga naar de plaatselijke motorshop. De enige in de wijde 150 miles, dus ik heb geluk dat mijn lampje meteen wordt vervangen. Heerlijk dat paps en mams motorzaak op de foto willen. En nadat ze me getipt hebben over het Seaview Hotel in John O'Groats ga ik noordwaarts, tot het einde van de weg.
 

 
 

 
Een exemplaar van een groep wielrenners maakt van mij een selfie. De wielrenners hebben net de trip van Lands End naar hier voltooid en zijn nu "end-to-enders", ook een foto waard. 

 
 
Het hotel is eigenlijk best goed van binnen. We gaan maar eens de versnaperingen uittesten. Nee, niet de dame van de foto maar van de 128 Whisky’s op een rijtje achter de bar. Plus van bar-food met sla (grapje) en friet met vlees.
 
 
 
 <Top>
Dag 5 Oarkneys

Beetje onrustig geslapen. Ontbijtje was een muesli bol en instant koffie op mijn kamertje. Daarna zonder zijkoffers op weg naar de pont naar Orkney. Gisteren had ik me al aangemeld voor een plekje, wel moet ik nog betalen. De dame aan het loket weet mijn naam nog en ja hoor, als enige motorrijder mag ik als eerste aan boord. 

Aan boord knoop ik een praatje aan met (ik noem hem Sean,) vertegenwoordiger van een groot elektronicamerk in Schotland. Samen verbazen we ons over de stupiditeit van een aantal ambtenaren om juist in dit gebied windmolens te plaatsen die de horizon vervuilen. Veel Schotten zijn de wieken een doorn in het oog.
 

 
Aan de overkant worden eerst de vrachtwagens uitgeladen, daarna de personenauto's enfin ik rij als laatste van boord. Geen punt, alle tijd. 

De route gaat eerst even noordwaarts, langs de Churchill blokkades. In de toenmalige open doorgangen tussen eilandjes heeft Sir Winston schepen tot zinken gebracht zodat de Duitse U-boten niet stiekem de gelegerde vloot konden aanvallen.
 

 
Ook bezoek ik kort de Italiaanse kapel: een barak met monumentale gevel, opgericht door de Italiaanse krijgsgevangenen uit de tweede wereldoorlog. Dan gaat het naar rechts het East Mainland eiland op. 
Ik probeer wat witte weggetjes langs de kust en dit lukt half: vaak eindig ik op een boerenerf. Er wordt heel wat afgeboerd op Oarkney. Waar het weiland het water dreigt te raken zijn diverse mooie baaien, soms zelfs met zandstrand maar meestal met bewierde rotsen. Op veel plekken zie ik beschermd natuurgebied en wandelpaden aangegeven en prompt eindig ik in een weiland bij The Gloup. Het aantal auto's op de parkeerplekken geeft aan dat er heel wat gewandeld wordt. Dit tussen aanhalingstekens, want vijf auto's op een parkeerplek is veel voor een regio waar je soms tien, twintig minuten niemand en niets tegenkomt. 
Als ik denk om te tanken, je weet maar nooit, toont Tomtom een roestige en halfvergane installatie en verderop kun je alleen cash betalen. OK, tanken komt later wel, we gaan toch via Kirkwall naar het West Mainland eiland. In het centrum tanken we vol en gaan via Gorseness beginnen aan een prachtig rondje om de noord.

 
 
Gorseness Centrum bestaat overigens uit een rode telefooncel op een kruispunt. Dat kun je niet missen. 
De weg rond het eiland toont dat er hier meer heuvels zijn die soms zelfs stille meertjes omringen, soms zie je zoet en zout water in één blik. Een ogenblik, dus. Dan weer komt er paars van hei in beeld, afgewisseld met groen van het gras en blauw van het water. En ondanks dat de hemel meest grijs en witgrijs is, priemt soms een klein zonnestraaltje door het wolkendek en zet het land in kleur. Zacht zoevend met 60-80 per uur schiet het landschap aan me voorbij. Je zou bijna vergeten om te gaan eten. 
 


Prompt kom ik in een dorpje met een reclamebord dat wijst naar het Palace Stores. Dat moet wat zijn in dit uitgestrekte niets. Klopt, maar ze hebben er wel een broodje gezond, melk, whisky-fudge (voor later) en benzine (heb ik even niet nodig). Op het terras (houten bankje) nuttig ik mijn lunch en vrolijk gaat de reis weer verder. Zie op de foto twee specimen van het gemiddelde volk dat ik in de dorpjes zie wandelen. 
 


Zo jammer dat ik met de telefooncamera geen betere foto's kan maken, want heuvel na heuvel komen de mooiste plaatjes in beeld. Ondanks de grijze lucht is het genieten. En dan opeens komt hij in beeld : de Scapa Distilleerderij. Als ik ben afgestapt denk ik weer aan die borrel van gisteren en laat me in het bezoekerscentrum verwelkomen en verleiden tot het kopen van een fles.
 

 
Het zijn overigens twee flessen, zo zeldzaam, die ga ik bewaren. Op een internet veiling wordt nu al het dubbele geboden voor wat ik betaalde. Dat wordt me weer een verhaal als ik thuis ben.
 

 
PS. er is een B&B precies naast de brouwerij. 

Het einde van de trip komt in zicht en ik rij terug via Kirkwall, onderweg kom ik de Highland Park brouwerij tegen en rij er even omheen. Aan de achterzijde zie ik een grote berg turf, dus het mout wordt werkelijk met turf gedroogd! En omdat ik ook op het eiland veel graanvelden zie geloof ik dat de zilte smaak natuurlijk en verklaarbaar is. Thuis maar eens in verdiepen. 
 
 
 
In het centrum aangekomen parkeer ik vlakbij de Kathedraal en loop een rondje door het centrum. Daar kom ik Sean de Schotse vertegenwoordiger weer tegen! 
Op de terugweg meld ik me bij de Ferry, nog een uurtje voor we gaan boarden, dus rij ik nog even naar het zuidelijke staartje van Sandwick eiland zodat mijn opdracht om langs de kust te rijden is voldaan.
 

 
Dan aan boord raak ik weer aan de praat met Sean, niets speciaals, gewoon aardig. 
 


Tot ik in de lounge aan het verslag ga werken, met een kop sterke koffie (schepje vriesdroogpoederkoffie extra, zelf heet water toevoegen) en een snickers. De tijd vliegt en als het donkerder begint te worden vanwege de bewolking rij ik naar het hotel . . . En nog iets verder naar het werkelijke Noord-Oost puntje van Schotland: Duncansby Head. 
 


De eerste miezerdruppels verschijnen en de bewolking wordt mist. Ben benieuwd wat morgen gaat brengen.
 
 
<Top> 
Dag 6 John O'Groats naar Ullapool

Vandaag de mooiste stukken Highland gezien. Kan niet anders. De hele motorclub heeft genoten, de oh's en ah's waren niet van de lucht. Ik wil niet opscheppen, maar van alle mooiste foto's die ooit van Schotland gemaakt zijn : ik heb het live meegemaakt. 

Het begon vanmorgen een beetje fris met hooghangende bewolking. Eenmaal onderweg begon de zon te schijnen en joeg alle wolken terug tot behapbare proporties. Na het dorpje Bettyhill ben ik even binnendoor gaan rijden, een heerlijke singletrack met blikken op klifkusten, maar ook op zandstranden en duinen. Net voor het dorpje Thurso wil ik tanken maar er staat een keurig bord "sorry, no fuel". Dat kan je dus gebeuren, de tip om te tanken wanneer het kan is een goede tip. 
Gisteren hoorde ik van de NorthCoast500, het Schotse antwoord op de Route 66. Dit is een bijzonder goed alternatief voor de route die ik rij. Een groot deel komt overeen, kleine uitstapjes nog dichter aan de kust kan ik aanbevelen. Diverse keren staan er bordjes langs de weg die wijzen naar de coastal route of naar scenic roads: doen! Maar terug naar vandaag. 
 


Na Thurso wordt de weg een stuk smaller. En mooier qua uitzichten, we komen echt in de highlands. Links zie ik ze al liggen, puisten van bruin en groen met rechts de graslanden en de Atlantische Oceaan. En als de weg nog smaller wordt na Tongue is het genieten van de wisselende landschappen echt begonnen. 
 


Het is niets voor mij om lyrisch te worden, toch vind ik het een eer en een heerlijkheid dat ik dit mag meemaken. Zulk mooi weer, fantastisch afwisselend landschap, nooit saai. Dat ik dit kan meemaken met een lekker warm pak, warme droge laarzen en handschoenen, stille helm. Dat ik gezond ben en financieel in de gelegenheid om twee weken vakantie te nemen. Ik geniet met volle teugen en tel mijn zegeningen. 
 


Als ik in de buurt van Durness kom verbaast het landschap me alweer: zandstrand en duinen, bergen en hostels, hutjes en kasteeltjes. Alles op een paar vierkante kilometer vol toeristenpret. Met een spar met tankstation. Samen met een tweetal Britten bestuderen we de kaart. Zij rijden vast die NorthCoast500 en moeten vanavond in Inverness zijn. Ik zie dat er leuke omweg mogelijk is naar Foindle, Fanagmore en Tarbet. Unbelievable. Nicht zu fassen. Incroyable. Ik zeg het je want het is met geen pen te beschrijven hoe mooi. Rotsen links rechts, watertje en meertjes voor en achter.
Groen met paars komt op je af. Een smal grijs asfaltlint kronkelt met soms 20% op en neer en linksom rechtsom. Schakelen, kijken, ruiken, voelen. Alle zintuigen tegelijk onbewust bezig met motorrijden pur sang. Je concentreert niet eens meer maar rijd op gevoel, onbewust twee, drie, rem, kijk ruik, schakel, rem, gas. . . . Ik moet even stoppen en op adem komen. Motor uit, rust aan.
 

 
Helm af en lekker een appeltje eten, uitzicht over een meertje. Het duurt een kwartier tot ik in de verte een auto hoor aankomen. Eenmaal de hoek om remt hij af en informeert of alles goed is. Uitstekend meneer, maar bedankt voor je zorgen. De rust keert terug. Tegelijk met de onrust om weer te gaan rijden. Pas tien kilometer na Tarbet kom ik weer op de normale weg. En besluit om zo meteen weer een rondje om te maken bij Drumbeg en Stoer. Met als tevredenstellend resultaat dat ik glimlach ingebrand krijg, dat krijg je met helm open en volle zonneschijn. Hierdoor eindig ik in Lochinver op een terras is de zon voor een sterke kop koffie en een appelgebak met room. Sommige dingen moeten nu eenmaal gebeuren. En met deze calorieën in de buik kan ik het aan om naar Reiff te rijden: een gehucht aan het einde van de weg. Diverse schapen, geiten, kippen en fazanten proberen me ervan af te houden, vergeefs. Het einde van de weg wordt gekenmerkt met het bord "no parking, turn only".

Via Polbain keer ik terug naar de bewoonde wereld, maar niet na nog een paar adembenemende vergezichten vastgelegd te hebben. Al besef ik dat wat ik vandaag gezien heb onmogelijk kan worden weergegeven met een paar snapshots van een Iphone. 
Ik rij naar Ullapool voor een B&B dat ik vind aan de Marketstreet. Een zolderkamer bij een ouder echtpaar. Hij is hobbyist en zij een moeke. Pruttels van haar en rommel van hem vullen de woonkamer en de achtertuin. Van aluminium pui tot oude zeilboot, via dakpannen en houtstapels. Van alle markten thuis. 
 
Als de motor staat en de kleren zijn gewisseld loop ik naar het centrum voor een biertje en een hapje. Het centrale restaurant heeft personeel dat een Erdinger Weizen niet van een strong lager kan onderscheiden. Dus na een halfuur vergeefs internetten zoek ik een ander restaurant. Op straat vraag ik aan een dame advies. Sandra uit Ullapool wijst me een restaurant met ander voedsel dan friet en vet.
 
    
 
Komt uit de buurt maar woonde jaren in Engeland dus was haar accent kwijtgeraakt. Samen lopen we naar het restaurant waar zij toevallig ook naartoe gaat. Er speelt daar ook een Schotse Live band. Geen idee hoe laat.
 
 
 <Top>
Dag 7 Ullapool naar Skye

Ik zit 's avonds helemaal alleen in een grote, lege eetzaal en heb goedkoop pubfood gegeten. Hoe is dat gekomen? Wel, het begon vanmorgen vroeg in Ullapool. Na een nacht op het zolderkamertje daal ik het krakende houten trappetje af en ga naar de keuken. Daar zit moeders driftig te bellen en vaders legt uit dat er mogelijk een stroomstoring komt. Grappig dat ze allebei eerst Schots tegen me praten en dan zichzelf vertalen naar het Engels.
 

 
Het is Bed and Breakfast maar het ontbijt moet ik zelf regelen, zelf bordje pakken en brood zoeken. Zelf de koelkast induiken en kaas en boter zoeken. Een beetje vreemd, wereldvreemd. De koffie maakt mevrouw MacDonald zelf, tijdens het praten over ditjes en datjes en het nerveus giechelen daar tussendoor. Ik hoop niet dat ze dit verslag gaat lezen, maar al met al ervaar ik een hoog Harry Potter Dreuzels en Tovenaars gehalte. Inclusief het moment waarop de man des huizes naar zijn werk gaat: ik verwachtte een groene flits of een bezem of zo. Maar nee, ploeps was hij weg. Zij giechelt maar weer eens. Waar zit de uil? 
 


Als de tandjes gepoetst zijn en de koffers op de motor zitten, schrijf ik nog een spreuk in het toverboek (gastenboek) en ga op weg. Ik laat Tomtom de route uitzetten naar Applecross, één van de hoogtepunten van de NC500. Onderweg merk je aan het pikken op je hoofd en wangen, als het scherm openstaat, dat er veel midgets in de lucht hangen. Dus hoewel ket kwik boven de 20 komt (denk ik, te zien aan de grote hoeveelheden korte broeken en tshirts; gelukkig dragen de Schotse dames geen korte rokjes) hou ik de halsdoek om en het vizier gesloten, grotendeels van de rit. 
De weg naar Applecross is een op en neer geslinger met 90% singletrack en dus om de haverklap stoppen en uitwijken op passing places. De weg na Applecross voegt daar nog eens stijgingen van 20% en meer aan toe. Borden waarschuwen dat deze weg bij winterse condities niet begaanbaar is. 
Behalve deze laatste route, die best spectaculair genoemd mag worden, voert de route vandaag veel door bebost gebied. Soms sparren en dennen, maar vaker loof met struiken. Soms dus zonder vergezichten. Maar soms ook weer wel, waarbij op de lochs vaker bootjes varen. Dat geeft meer kleur aan het landschap. 
 


Zaterdag komt Odile aan in Edinburgh: zij wil eigenlijk ook Skye wel eens zien. Maar dat eiland ligt toch wel een best eind daarvandaan en ik zit er nu vlakbij. Als ik samen met de hele club op de kaart kijk zijn er volop mooie en interessante (schier-)eilanden dichterbij Glasgow, dus besluiten we vandaag een blik op Skye te werpen, dat vrijdag af te ronden met een afdaling richting zuiden en dan zaterdag zien waar we terecht gaan komen. Dus de motoren weer gestart en naar de brug bij Kylo of Lochalsh. 
De eerste indruk van het eiland is een klein beetje teleurstellend. Inderdaad kaal en met een paar hoge steile heuvels waar niets op groeit. Maar niet die oh's en ah's uitlokkende vergezichten. Ook de brede wegen waar men met 120 overheen raast werken niet mee. Op zoek naar de "skye experience" zoek ik, helemaal onderin richting Ardvasar, de binnenlanden op maar kom weer terecht op de links-rechts-op-en-neer wegen die ik ken van de echte Highlands, maar dan zonder de spectaculaire kleuren en meertjes. Helaas. Dan maar het eiland uitstulpsel recht naar boven richting Staffin en Duntulum bezoeken. Uiteraard mooie blikken over zeewater rechts en bergen links. Met uitzondering van een aanstaande zonsondergang niet wereldschokkend.
 

 
Dus met een gevoel van : "okee, dan gaan we maar eens lekker motorrijden in plaats van mooie plaatjes kijken" gaat het gas iets meer open en ga ik op weg naar een bedstee voor de nacht. 
En dat valt niet mee. Onderweg naar de grote stad Portree zijn alle B&B's volgeboekt. Op het vasteland was het geen probleem een kamer te krijgen, maar op het meer toeristisch ingestelde Skye is dat anders. Zelfs de campings zitten vol. Dat wordt dus een probleem. 
Ik vraag nog maar eens bij Hotel Royaal maar daar hebben ze alleen nog een double room voor £140,-. Mooi niet, ik ga verder zoeken. Alleen kan ik zoeken wat ik wil, behalve een kamer van £180 in Hotel Portree is alles bezet, vol. Na een half uur door de omgeving rijden zwicht ik en ga naar hotel Royaal. Ik vraag aan receptioniste Mo of ze me een béétje kan helpen. En ze zakt zomaar £40,- met de prijs. Ik half gelukkig met een dure kamer. Maar wel een met een uitzicht. 

Als ik wil gaan eten ga ik naar het italiaanse restaurant dat deel uitmaakt van het horeca hoekje van hotel royaal. Het is 20:45 en om 21:00 sluit normaliter de keuken en het restaurant is driekwart gevuld. Maar als ik vraag om een "table for one" is er geen plaats, alleen voor families en grote groepen. Misschien wil ik straks terugkomen? Mooi niet. Ik ga naar de kroeg. En als ik daar wil eten wordt ik verwezen naar de zaal achter het café. En dat is de ontbijtzaal van het hotel. Leeg op dit tijdstip. Met alleen een Hollander die een hamburger eet, biertje drinkt en zijn verslag van de dag schrijft. Het financiële tegenvallertje zal morgen deels worden goedgemaakt. Maar dat weet hij nog niet.
 
<Top> 
Dag 8 van Portree naar Oban

GUESTWIFI1 
Ignorant : het is guestwifi1. 

Ik denk : "wat horen de oren?". Het is nacht in Schotland. Buiten is het gaan regenen. Dat hoor ik. Aan het gedruppel. Ik denk : "Gruwel", en draai me om. 
Het uitzicht uit mijn hotelkamer is overigens prachtig. Water, bootjes, bergen. En dat voor een fractie van de prijs, nou ja, een grote fractie, een meerderheid zelfs. Maar mij hoor je niet klagen. Ik draai me weer om en zo wordt het al snel zeven uur. Dertig. 

Tijd voor het ontbijt, email checken : "Hé, alweer een aanvraag voor een mooie klus". Snel beantwoorden valt niet mee met het beperkte Internet maar het lukt. 
Het ontbijt is deels 'continental' en op verzoek "full scottish" met de keuze tussen vlees en vis. Ik hou me bij continentaal met fruit en yoghurt, kan ik vanavond weer uit mijn dak gaan. 
Het lukt me bijna om twee oude oud-engelse kwektantes van 80 plus aan mijn ontbijttafel te lokken. Als het diner was geweest hadden ze plaatsgenomen, lachen ze me toe, maar tja, ontbijt is anders. 

Op deze manier wordt het negen voordat ik voor het hotel en half dubbelgeparkeerd de koffers op de motor heb. Komt goed uit want het is inmiddels droog geworden. Bij het ophalen van de motor schiet het kinbandje los en valt de helm met het scherm naar beneden op de grond. GRrr, een grote kras middenvoor het blikveld. Bovendien heeft een malloot zijn auto zo strak naast mijn motor geplaatst dat ik hem ternauwernood kan weg manoeuvreren. "How long you stay here?" vraagt een pinnig mens dat met haar autootje liefst zonder stuurbeweging wil wegrijden. Ikzelf sta met één arm al in de mouw mijn jas aan te trekken en zeg "You will have to wait 20 seconds", waarop het hotelpersoneel moet lachen en de pin wegtrekt. Maar in de consternatie vertrek ik zonder het diner van gisteren te hebben betaald. Daar kom ik uren later en honderd kilometer verder achter. 



 
Om Skye af te ronden ga ik vanmorgen naar het westen. Naar het zwaar bewolkte Milovaig met een stukje verderop het meesr weste punt van Skye. Het is omdat het de binnenste Hybriden zijn, maar anders. . . 
Zonder gekheid, ik wist dat niet van dat meest weste punt. Onderweg vroeg ik twee mensen met hond waar de Talisker distilleerderij is. Dan had ik me vergist en moest niet naar Colbos maar naar Carbos! En omdat zij me de tip gaven ben ik nog even naar 'de west' gereden. Toch wel mooi. 



 
De weg naar de west is overigens een soort van doodlopend. Je rijdt zo’n 20 a 30 kilometer slingerend langs velden en heuvels. Het valt me op dat er heel veel kleine witte huisjes gebouwd zijn tegen de heuvels. In goede staat verkerend wat duidt op bewoning door mensen van buiten Skye. Veel vakantievierders derhalve. Toerisme. Dat is natuurlijk waar Skye om bekend staat.
 

Bij een opgeknapt gebouw stop ik om wat regionaal zilver te kopen als aandenken aan Skye, een cadeautje voor Odile. De kunstenaar die de sieraden ontwerpt komt van Skye, de dame die me helpt is echter onvervalst Amerikaanse inclusief “Have a nice day!”.
 
Als ik Tomtom de sporen naar Carbos geef, kom ik verdorie weer op die saaie drukke weg naar Portree die ik gisteren al drie keer gereden heb, alleen nu met af en toe spetterregen. Eenmaal bij het bekende tankstation blijkt dat er twéé Carbossen zijn: de foute waar ik net doorheen ben gereden, en de goeie met Talisker. Ik besluit het eiland terstond te verlaten. Binnen een uur sta ik weer op het Scotse vasteland en eet mijn sandwich met pakje melk. 
 


De zon begint weer te schijnen. Eventjes. Onderweg naar Inverinate gaat het plenzen. Daarna naar rechts waar de gaten in de wolken vallen, richting Mallaig Vaig. Toch komen er nog twee buien naar beneden voor ik in de zon mezelf vastleg met de zee op de achtergrond.
 

 
Omdat het een doodlopende weg is ga ik 25 km terug (over de zotheid van het hele plan gesproken) om het rondje naar Slaten en Strontian. Om een omweg van 80 km te besparen neem ik de pont bij Ardgour. En met af en toe wat miezer rij ik de laatste 50 km naar Oban. 
Tot mijn geluk stikt het daar van de B&B's en restaurantjes en pubs en zo. Binnen 10 minuten staan de koffers op een knus warm kamertje van Hamilton House B&B.
Das wel iets anders dan 50 km zoeken op Skye.
 
Afbeeldingsresultaat voor b&B hamilton house oban 
Blij loop ik naar het centrum en passeer en passant nog de Oban Distilleerderij. Geen tijd, op naar de plaatselijke Italiaan, neem een pizza en schrijf mijn verslagje. Morgen ochtend drie uurtjes rijden en dan zie ik Odile weer. 
 
 
 <Top>
Dag 9 Oban Edinburgh Brainthwaite : einde deel 1

 
Vandaag is het einde van deel 1 van mijn rondje Verenigd Koninkrijk, BRound of A Shape of a Nation. Ik stop even met het volgen van de kustlijn en ga naar Edinburgh om Odile op te halen. Eerst nog even een ontbijtje bij Schotsman Hamiltonhouse, een prima B&B in Oban. 




Dan over de binnenwegen richting Stirling over toch wel een mooie bergweg via Tyndrum. Tomtom is ingesteld om snelwegen te vermijden, dat betekent dat ik via Dunfermline weer over de middelste van de bruggen over de Forth rij, met links de iconische stalen spoorwegbrug en rechts de nog net niet afgemaakte snelweg-hangbrug. En via achterafweggetjes, immers rij ik zonder snelwegen, bereik ik het vliegveld en ontloop allerhande slagbomen om zo dicht mogelijk bij de ingang te kunnen parkeren. Dan koffie en wachten op het vliegtuig met Odile aan boord. 


 
  

Als ik de motor op de middenbok zet kijk ik eens belangstellend en met een beetje spijt naar het vlak geworden profiel van mij Pirelli's. En precies in mijn blikveld zie ik de resten van een spijker. Dat ziet er niet goed uit. Ik google naar motorcycle tyres edinburgh en bel de bovenste. Die heeft geen tijd maar geeft de tip om te bellen met BMW Motorrad Edinburgh. Die willen er wel naar kijken. Dus als Odile is aangekomen (hug hug knuffel) en achterop zit, rijden we naar de BMW motorzaak in Dalkeith. 

BMW Tony constateert dat de spijker door het loopvlak is gegaan. De "pffffftt" is duidelijk: de Pirellis hebben de geest gegeven. Na een kort telefoontje met mijn bandenadviseur Wim Boks van Boks Motyre maak ik de juiste keuze voor 2 nieuwe banden. Als wij gaan lunchen worden de banden gewisseld. In de broodjeszaak kletsen we wat met de aardige dames en prompt krijgt Odile de huisgemaakte soep van de dag als kadootje van de zaak. Weer een foto moment. 




Na het voldoen van de rekening krijgen we van BMW Peter nog een aantal tips: vanwege het Edinburgh festival is er in de wijde omgeving geen kamer meer te krijgen, of tegen woekerprijzen. Bovendien wordt het afgeraden om als buitenlander met eigen motor naar Edinburgh te gaan vanwege een onverklaarbaar hoog aantal diefstallen. Omdat we eigenlijk toch naar het Lake District willen, geeft BMW Peter een perfecte route en zelfs advies voor een hotelletje. Waar we uiteindelijk ook belanden.

Foto van Peter en Tony. 

En vanaf dit moment is deel 1 van het verslag echt afgelopen. Als ik snel de balans opmaak heb ik voor deel 1 een kleine 3000 kilometer nodig gehad. Soms stukjes saai maar over het algemeen wonderbaarlijk verrassend leuk. En voor wie de foto's van het Lake District avontuur wil zien, die komt maar eens langs. Dan zit er ook wellicht een whiskietje aan vast. 

Route ook te zien op : http://www.afstandmeten.nl/index.php?id=1825067
 
 


Deel 2, mei 2017

 <Top>
Dag 0 Duiven voorbereiding : begin deel 2
Het is inmiddels 2017 geworden. Het is mei. Het was een lange winter, niet echt koud maar wel donker en lang. Een paar korte mooie dagen, maar van echt motorrijden is het niet gekomen.
En dat is jammer want de eenpersoonsmotorclub heeft dankzij een flink stijgende bitcoin koers de grijze GS kunnen inruilen voor een rode GS-Adventure. Wat was namelijk het plan?
 
In de aanloop naar dit epische project was er contact met Nick Sanders, wereldreiziger en motoravonturier uit Wales. En hoewel ik in april 2017 naar Marokko wilde, overtuigde hij me om mee te gaan met een inspirerende tocht naar alle vier windstreken van Wales: the Clover Leaf experience. In mei 2017. Dat betekende dat ik niet naar Marokko kon. Gelukkig organiseerde Nick ook een reis naar Marokko, maar dan eind september-begin oktober. Perfect! Dus ik heb met mijn vrouw overlegd en zal, voorafgaand aan de Clover Leaf een week besteden aan mijn Shape of a Nation rit. Tot zover alles geregeld: overtocht naar Engeland en transport van mij en de motor naar Zuid-Spanje. Ik zie het helemaal zitten.
 
Om me goed voor te bereiden neem ik deel aan twee trainingen bij Berrt : Bush-Mecanic die je traint om met tape en ijzerdraad je motor aan het rijden te houden, en Bush-Medic die je leert om met plakband en takjes te spalken en hoe je veilig iemands helm af doet. Beide een aanrader.
 
Totdat eind maart het nieuws komt van Nick, dat de Marokko-reis een week vervroegd is in verband met verplichtingen die hij met zijn sponsor Yamaha heeft. Ai, dat betekent dat ik vluchten en transport moet gaan omzetten, hetgeen toch wel wat problemen oplevert. En een week of zo later komt hij met het nieuws dat de Clover Leaf waarvoor ik intekende niet doorgaat in verband met te weinig inschrijvingen. Tsja, daar kan ik niets mee en moet dus Wales cancellen. En weer twee dagen later krijg ik een opdracht voor een project tot eind oktober. Dus Marokko gaat ook niet door. 
 
Daarom nu volledige focus op deel twee van The Shape of a Nation. Te beginnen op 2 mei, 17:00 uur in de haven van IJmuiden.
Een beetje laat maar toch net op tijd heb ik de eerste drie nachten geboekt. Die eerste drie dagen zal ik over een paar eilanden rijden en jeemig de peemig wat zijn die overnachtigen daar gruwelijk duur. Of volgeboekt. Jongejonge wat moet het daar druk zijn. De Ferry van Islay naar het vasteland was zelfs voor een motorfiets volgeboekt dus ik moet pas einde middag vanaf Port Ellen vertrekken. 
 
Maar goed, we zijn goed voorbereid en, omdat ik maandag en dinsdag nog voor het werk op pad moet (dinsdag in het strakke motorpak, zonder stropdas) staat vandaag, zondagmorgen, de rode motor gepakt te wachten op het avontuur. En ik zit ernaast. Ook te wachten. En te denken of ik overal aan heb gedacht (vast niet) en of ik niets ben vergeten (vast wel).

 <Top>
Dag 1 Duiven naar IJmuiden
Vandaag begint het met een gevoel alsof ik het al eens eerder heb meegemaakt.
De kinderen studeren en zijn er niet en mijn echtgenote is 's morgens al vroeg vertrokken naar het werk. "Tot over 2 weken, veel plezier, gedraag je".
Buiten miezert het en om alles rustig in te pakken zet ik de motor onder het zonnescherm. 

Vervolgens trek ik het pak aan om tussendoor nog even een BV op te richten, hierover meer op een andere website. 
Buurvrouwen Karin en Els en ook buurman Anne wensen me een goede reis en hopla ik ben weg.

Binnendoor veluwe via Kootwijk naar Lelystad met miezer op het vizier. Niet leuk maar dat is niet zo heel erg. Ik ken deze weg, een paar jaar geleden reed ik hier tweemaal per week richting een klant in Andijk in Noord-Holland. Deze klant wilde me vandaag nog even spreken, vandaar dat ik deze omweg neem naar de veerboot.
Op de dijk van Lelystad naar Enkhuizen komt de zon erbij. En met de zon stijgen ook de vliegjes op. Met tientallen tegelijk nemen ze ongewenst plaats op de voorkant van de motor en natuurlijk ook met honderden tegelijk, vol op t vizier. 
Aan de overkant kan ik bij de Esso alles een beetje schoonmaken, neem tegelijk een lunch in de vorm van koffie en een broodje.


Het was een leuk gesprek in Andijk en mogelijk volgt hier nog wat werk uit. Een paar oude bekenden gesproken en ook zij wensen me een goede reis.

Dan neem ik een alternatieve weg naar IJmuiden, eerst binnendoor dan toch iets directer omdat ik een beetje op tijd op de boot wil zijn. Net in IJmuiden geeft de brandstof indicator aan dat ik wel eens zou kunnen gaan tanken. Met een volle tank kan ik zeker vijfhonderd kilometer rijden dus Oban morgen moet wel kunnen. 
Bij de Ferry aangekomen sta ik in de rij met nog een viertal motoren. Een divers groepje met een Triumph Tiger, een knalgroene Speed Triple, een stemmig grijze TDM900 en een wat oudere Africa Twin met een joekel van een topkoffer. En over die topkoffer worden de komende uren voldoende grappen gemaakt. Ik kom er achter dat de heren naar Fort William gaan, naar de Trial-6daagse. Schijnt een belevenis te zijn. Ik maak een fotootje van hen en zij een van mij. Daarna is het tijd om het scheepsruim in te rijden en de motor vast te maken. Met alleen de tanktas en een helm ga ik naar de ruime hut en doe iets luchtigers aan. Voor de borrel.
  
Door het hele schip heen struikel je over de Franse jongeren. En aan dek raak ik met een paar van hen aan de praat. Een schoolreisje naar Edinburgh. Deze jongeren zijn internationaal georienteerd, geen Le Pen maar Européën. Ook de heren van de Trial kom ik tegen, met zijn vieren struinen ze het schip af. Geen idee wat ze zoeken? Vertier voor vier? 
Zelf loop ik even de scheepswinkel in, want ik weet dat daar een whiskyproeverijtje staat : tientallen flessen met daarnaast een aardige Filipino die kleine slokjes voor je inschenkt. Ik raak met hem aan de praat over reizen en motoren. Ondertussen proef ik Whisky. Zoals een uitstekende Macalan Fine Oak en een verrassend lekkere Laphroigh PX.
    
Dan is het tijd voor het diner. Super Seven Seas Buffet met Vis, vlees en vegetarisch voorafjes. Om je vingers bij af te likken. Dan beetje friet, 3 blokjes zoetzuur varken enntwee teriaki beefreepjes. Begin vol te raken. Nog heel,klein toetje. Dan gaat paps toch maar slapen. Een dromerige nacht volgt. In een heerlijk bed (echtwaar) en met hetbgeluid van harde wind op de axhtergrond. Het geronk van de motor is af en toe niet hoorbaar. "Een prima hut", snurk ik.

 <Top>
Dag 2 Newcastle naar Oban

20170503 Dag 2 Newcastle naar Oban
 
De ochtend begint voor ons Nederlanders weer een uur te vroeg. In Engeland is het een uur later.
Net als vorig jaar ontbijt ik met een koffie en een lekker müsli bolletje aan dek in de zon. Het is wel een beetje fris en er staat ook een beetje (koude) wind. Niet zeuren want het is droog en de voorspellingen zijn perfect.
 
Als de boot in de buurt van de kade komt verstoppen honderden reizigers de trappen naar de autodekken. Waarom toch die haast? We hebben tijd genoeg en na het van boord gaan moeten we toch weer in de rij staan voor de douane. En dat is stom! Want ze hebben de aanrij-route lichtjes bergop gemaakt. Dus alle auto’s en motoren moeten draaien en weer schakelen en remmen en zeker voor motorrijders is dat slap stom. Als ze dat nu eens licht bergafwaarts zouden doen, dan kan al het verkeer met de motor uit rustig in de vrij naar het hutje rijden waar Jan met de pet vraagt of wij de helm even afzetten om te zien of de foto wel klopt.
 
Even een tip: ga niet in de rij staan waar alle motorrijders staan want die rij is echt veel langzamer.
 
Ik rij Engeland in, heerlijk die eerste paar rotondes. Sommige groepjes motoren zie je elkaar al meteen kwijt raken. Lachten, gaan ze netjes aan de rechterkant van de weg op elkaar wachten. Links rijden man!
 
Langs diverse wegopbrekingen en met hulp van TomTom die me langs een file leidt, ga ik via een stuk van de Hadrians wall naar Kieler Water, een stuwmeer met veel toeristische attracties. Aan het meer hou ik een korte pauze.
 
Binnendoor zoek ik kronkelwegen naar Selkirk waar ik een sandwich en pint melk als lunch neem. Ik betrap me een uurtje later op gapen dus ga voor een koffie en een mars naar Peebles. Fris rijdt de eenpersoonsmotorclub weer verder en prompt, als we een rotonde ronden, stappen kordaat vier stoere mannen de weg op. "Hallo mannen!" roep ik.  Want het zijn de vier van de boot. Wat een toeval dat zij hier zijn, dat ik hier ben en dat ik net langskom als zij willen oversteken. . .
 
Na Peebles ga ik onderlangs voorbij aan Glasgow en geraak in de heuvels van hoger Schotland. Via Kilsyth en Drymen kom ik bij de fjorden van Inveraray en schiet een foto van zowel het dorp als van het kasteel.
 
Dan gaat het richting Oban en ik kan het niet laten. We rijden aan het einde van een mooei dag ook nog over een Glen Lonan: 12 km single track met jonge lammetjes en oude hooglanders, jachtvogels en zelfs een overstekend ree-beest. Jawel. Ruig hoor.
 
Als ik in Oban ben aangekomen heb ik al snel het B&B gevonden waar vorig jaar deel 1 van de toer is geëindigd. Morgen gaat vanaf hier deel 2 beginnen.
Snel haal ik de koffers er af en zet deze in de gang. “Het is rustig”, zegt meneer Hamilton. Ik denk dat er gewoon maar 1 kamer bezet is met een eenpersoonsmotorclub. Die kamer loop ik in en ga lekker douchen in de douche in de kast.
 
Na het dagelijkse telefonische contact met het thuisfront en het o zo verdiende blikje bier gaan we zo meteen maar eens even eten. Kijken wie of wat ik tegenkom.
Slenterend langs de kade is het uitzicht over het water magnifiek. Achter me straalt zowaar een stuk regenboog in de blauwe lucht. Voor me beginnen de lichtjes in de stad over de haven te schijnen. Daar moeten toch wel restaurantjes zijn?
Nou nee. Dicht of gesloten. Alleen die pizzeria van vorig jaar is open, net als de snackbar. Er hangt wel een dikke rook over het water en het ruikt naar een soort van Barbecue. Als ik op zoek ga, zie ik opeens vuur en rook op de heuvel naast de stad. Een aantal brandweerlieden kijkt en loopt rond. Geen paniek, zeker een oefening.
 
Genoeg geroken, nu naar een tafeltje. Op zoek naar voedsel loop ik langzaam door het centrum terug naar het B&B en uiteindelijk neem ik plaats in de bar schuin tegenover. Onder het genot van een hamburger met friet kijk ik naar schaars geklede maar zwaar getatoeëerde dames en slonzig geklede en ongeschoren pummels die proberen te pool-biljarten. Pintje weg, bordje leeg. Einde mooie dag.
 
 
20170504 Dag 3 van Oban naar Bowmore
 
Na het onvermijdelijke wakker worden, ondanks het uitstel dat me door de sluimerstand van de wekker gegund wordt, volgt het inpakken van de tassen en het wassen van de haren. Dan naar beneden voor het ontbijt met een gesprek over politiek, wat uiteindelijk niets oplevert, zoals verwacht. Doen we niet meer, niets voor mij.
 
Mr Hamilton is echter geduldig en beleefd zodat we toch als vrienden afscheid nemen. Vooral omdat ik zelf grapjes maak over de grootte van de motorkoffers en het bijbehorende gewicht. Het is de eerste echte dag van deel 2 en nu denk ik al dat ik veel te veel heb meegenomen.
 
Maar goed, het is droog en zonnig en ik neem de A816 naar Kilninver en dan de B844, de weg naar Claghan Seil met de beroemde Easdale Atlantic Bridge. Dit blijkt een schattig paars bebloemd stenen bouwwerk te zijn. Met een parkeerplaats met postkantoor.
 
De weg voert naar Melfort en verder, het heeft geen zin, ik weet het. Het is een doodlopende single track tot aan Degnish. Omdat het weer zo mooi zonnig is en het water zo blauw, de lucht eveneens, en de hellingen steil, lijkt het alsof ik weer in het aller zuidelijkste deel van Italië rij.  Sturen, schakelen, remmen, draaien. Om de gaten heen en langs grindplassen. Plots steekt, nog geen 10 meter voor me, een hert over de weg. We zijn beide dartel, stoppen en kijken elkaar aan. Hij tussen de bomen, ik op het asfalt. Totdat het elkaar aankijken begint te vervelen en we verder gaan.
 
Na dit hertengebeuren kom ik aan het einde van de weg. Keer om en rij terug naar de paarse brug richting Kilmartin. Vandaar gaat de heuvelachtige weg over in een lange rechte weg dwars over een grote vlakte. In de verte zie ik een kanaal met water boven het maaiveld. Dan gaat het rechts naar Crinan tot aan het einde van de weg.
https://www.google.nl/maps/@56.0894491,-5.5637261,3a,75y,5.87h,75.82t/data=!3m6!1e1!3m4!1stHUhJyP8dbtqtt7Nqwg1-Q!2e0!7i13312!8i6656
 
Niet om het een of ander, maar rijdend op de manier zoals ik nu doe is verslavend. Je ziet zoveel moois en je hebt zoveel moois al gezien dat je verlangt om na de volgende bocht iets nog mooiers te zien. En vaak klopt dat ook. De tijd verstrijkt soms zonder dat je er erg in hebt en ongemerkt ben ik blij dat de Adventure onder mijn billen een grote tank heeft. Boven mijn billen is de tank volgelopen en ongegeneerd ga ik langs de weg staan wateren met een uitzicht over de wateren van Achnamara.
 
Het gaat terug richting Ardrishaig, vandaar maak ik een rondje via Ormsary en Killberry terug naar Tarbert. Het is in deze hoek flink winderig maar vanwege de nogal vlakke weg zie ik opvallend veel fietsers. Soms groet ik. Soms niet. Als ik ze inhaal. Broem.
 
Na het rondje kom ik in Tarbert. Mijn maagje knort vriendelijk om aandacht. Deze geef ik in de vorm van een bak prima koffie (Italiaanse Espressomachine) en een sandwich tonijn.
De afstand van Oban naar de oversteek naar Islay is feitelijk slechts 80 kilometer maar ik doe er veel langer over en hou zelfs nog tijd over.
Ik treuzel maar dat kan niet voorkomen dat ik een beetje te vroeg naar Kennacraigh rij voor de ferry naar Islay. De haven stelt niet voor. Een kantoortje en een parkeerplaats. Verder niets.
Het is een beetje érg vroeg, vind ik. Dus rij ik even naar de andere kant van het schiereiland, naar Claonaigh waar de ferry naar Arran vertrekt. Dat is zeker zon tien kilometer verderop. En terug. Lekker scheuren. Broem.
 
En dan ben ik tóch nog te vroeg voor de boot. Dat betekent wachten en daarna 2 uur op de boot en weer wachten.  Misschien tussendoor nog wat schrijven aan het verslag.
 
Maar van schrijven komt het niet. Eerst raak ik aan de praat met de man van de toegangscontrole. Want als ik kom aanrijden stapt hij met zijn helgele vestje uit zijn hokje en zegt : "Mr Van Minnen, welcome!". Uiteraard reageer ik allerminst verbaasd en zeg dat hij nogal laat reageerde. Nee hoor. Ik ben aangenaam verrast en concludeer dat ik de enige motorrijder van deze overtocht ben.
 
Eenmaal in de rij komt er een verre oosterling naar me toe en we raken aan de praat. Hij stelt zich even later voor als Roger, hij is van Taiwan en is landschapsarchitect. Spreekt zeer goed Engels alleen versta ik de helft. Al met al ontspint zich toch een leuke conversatie en uiteindelijk krijg ik allerhande zegeningen voor een gezonde reis.
 
Dan eenmaal aan boord van de ferry gaat de hele eenpersoonsmotorclub, vanwege de zon en het uitzicht, naar het promenade dek. Er is een plek vrij naast een nette heer. Niet veel later begint onder ons de een na de andere auto met alarm te piepen. Tijd om te verkassen van achter- naar voordek. De nette heer zet zich naast ons neer en er ontspint zich een aangenaam gesprek in correct Engels van beide zijden. Totdat de heer Max blijkt te heten en Zwitser blijkt te zijn en nog beter Duits dan Engels spreekt.
Grappig is, dat toen de Franse dame achter ons moest niezen, wij beide tegelijk "Santé" riepen.
 
Als na twee uur zonneschijn en gekeuvel tussen twee mannen de veerboot aanlegt, vraag ik eerst naar de vaartijden van de ferry naar Jura. Die vaart vanaf morgenochtend elk half uur dus dat lijkt weinig problemen op te gaan leveren. Dan rij ik weg richting Bowmore maar maak eerst nog twee fotos, een van de coal ila distilleerderij en een van bowmore aan zee.
 
In Bowmore, de min-of-meer hoofdstad van Islay, vraag ik op mijn beste Engels aan een paar Belgen de weg. Die zij precies weten want daar gaan ze vanavond met zijn veertigen eten. Zij zien mijn gele kentekenplaatje niet dus als ik plots Nederlands met ze ga praten beginnen ze te lachen. Veertig Belgen in mijn hotelletje. Dat wordt gezellig.
 
De hoteleigenaar doet qua humor niet veel onder voor faulty towers. Hij verdedigt de eerlijkheid van de Bowmorianen zodat ik met gerust hart de motor aan de weg ga laten staan. Ik zeg dat ik wel de bagage er wil af halen. Na een kwartier komt hij behulpzaam kijken waarom het zo lang duurt voordat ik de koffers van de motor heb. Dat komt omdat ik druk sta te kletsen met twee Hollandse mannen die zonder vrouwen de whisky-kant van Islay ontdekken.
 
In mijn kamer, mijn room with a view, pel ik me uit en ga douchen. Onder me klinkt het gekwaak van 40 etende Belgen. Mogelijk is er ook een Nederlander bij want het is 4 mei en om acht uur Nederlandse tijd hoor ik iemand boven het geleuter uit en dan is het twee minuten stil. 
 
Na het bellen met mijn minister van huishoudelijke zaken ben ik eindelijk in de bar en bestel eerst 1 en dan 2 whisky's. Samen met twee slijters uit Kentucky (USA) babbelen we over smaak tot we het eens zijn. De bardame gedraagt zich als komische eigenaresse, denk hierbij aan Loes Luca op haar best. Ze neemt mensen in de maling, ook zorgt ze voor een tafeltje voor mij met uitzicht op de zonsondergang. Het wordt een mooi einde van een mooie dag.
 
20170505 Dag 4 van Bowmore naar Campbeltown
Om te beginnen heb ik de twee zijkoffers en de tent achtergelaten in het hotel.
Ook de kledingtas blijft daar achter, die haal ik 's middags op weg naar de avondboot wel op.
 
Iets zwaarder van een stevig ontbijt en lichter zonder 30 kg aan bagage (volgens mij heb ik echt weer veel te veel meegenomen) stap ik op en ga een nieuwe zonnige dag tegemoet.
Buitenom rij ik over een singletrack naar Port Aisgail, veel landerijen met vee en akkers met ontluikend gezond spul. De 3000 inwoners van Islay hebben het volgens mij niet zo slecht.
 
Te vroeg dus kort distilleerderij Braigahhaibn
 
Dan bootje Jura, 1 weg, website justliketravel over jura.
 
Langs distill en door, in een bosje het eerste hert.
 
Bocht na bocht hobbelig single track. Monotoon nee, wel overweldigend dat plots blijkt dat je kms zeventig rijdt op een spoortje van 50-60 cm. Tot weer een heuvel met uitzicht of juist een baai met kleuren bruin en groenzwart tegen een strakblauwe hemel en azuurblauw water. Ik las dat jura het herten eiland is met een populatie van. 6000 tegen 160 menselijke bewoners. En dan springen er twee herten de weg op en rennen een stuk voor me uit. Een ervan zet ik op de foto.
 
Hetis ook uitkijken voor lammetjes die links rechts voor achteruit springen als je aan komt rijden. Dan neemt het ruige landschap het weer over. Zonovergoten. Met nog minder wolken dan gisteren. Na 40 km komt het bord : einde public road 3 mls. Ik kom bij een hek met de aanduiding omnhet achter me te sluiten. De weg wordt eeb pad. Met modder en grint. Gelukkig heb ik een offroad training gedaan dus ben niet bang en kom na een 5 km weer bij een hek. Nu met een paar grote hooglanders die graag naar buiten willen. Ik wel, zij niet. En weer gaat het pad verder. Nu wordt het erg bar
 
Met grint en gaten en bij een watervalletje hou ik het voir gezuen, ik moet deze 45 km ook weer terug omnnog meer van Islay te zien.
 
Op de heenweg was ik er al langs gekomen, of beter gezegd, er doorheen. De Jura distilleerderij is niet zozeer ín de hoofdstad: het IS de hoofdstad. Als ik er op de terugweg ben aangekomen stop ik even en sluit in het winkeltje aan bij het einde van een rondleiding.
Gisteren in de bar een heerlijke Jura whisky gedronken, de elixir, dus koop een setje van drie mini's met drie andere smaakjes.
 
Binnen vijf minuten zit ik weer op de motor want de ferry gaat elk half uur en ik wil niet te laat komen. De singletrack is hier, de 10 km naar de hoofdstad, van goede kwaliteit.
Voor me rijdt een aannemersbusje en hoewel ik er de sokken in heb en met 80-100 richting ferry rij, loopt die gek gewoon op me uit en moet zeker 100-120 over dat smalle weggetje boenderen. Hij zal wel weten dat hij zich moet haasten . . . Maar tot mijn verbazing, 200 meter voor de pont keert hij om en komt me tegemoet.
Ik daarentegen ben precies op tijd en kan samen met een vrachtwagen en een auto nog net mee met het kleine veer naar Islay. Klaar voor deel 2 van de dag.
 
Weer op Islay rechts doel Portnahaven met lunch en dan de singletracks.
Bij bord Kilchoman ga ik toch rechtsaf de heuvels in om na 10 km en een grintpad bij een boerderij aan te komen, waar men echter door geldteveel ook aan het nieuwbouwen van een bezoekers centrum is begonnen. De parking is een halve modderpoel en het personeel moet ook nog geschoold worden. Men verkoopt een beperkt aantal smaken en iets unieks is er nu niet. Jammer.
 
Omdat het routeplan is verstoord lunch ik met water en een mueslibol van thuis ergens op een hoge vlakte. Om een klein meertje maak ik een rondje en kom dan op de grote weg naar Bruichladdich. Daar zie ik een distilleerderij die met (te) frisse en (te) innovatieve styling het nobele whisky ambacht met veel marketing te lijf gaat. Sorry maar ik heb er niets mee.
 
Vervolgens noopt mijn reisplan om de kusten te volgen en zo in mijn kielzog de contouren van een natie te vormen, mij om rechtsaf te slaan en weer singletracks te rijden. Een sublieme keuze. Met veel afwisseling landinwaarts links en zeezichtgedreven rechts. Als ik al een stijve nek had van veel computerwerk de afgelopen maanden, door al het omkijken links rechts boven en weer terug naar de weg voor me, is die stijfheid verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een jongensachtige souplesse met dito grijns op mijn gezicht. Mijn selfie heeft als titel "happy husband" gekregen.
 
 Na Portnahaven gaat het terug langs de kust via Port Charlotte, waar zwitserse Max logeert, via Bridgend naar Bowmore om de koffers op te halen.
Na nog even dollen en een enorme fout mijnerzijds, omdat ik de waardin
(Loes Luca) van gisteren aanzag voor zojn vrouw terwijl het zijn dochter is, beloof ik zeker nog eens met mijn vrouw terug te komen. Tophotel.
 
Voordat ik naar Port Ellen de boot ga nemen, ga ik op zoek naar het American monument. Een beetje ook in het kader van bevrijdingsdag.
Om er te komen rij ik om de restanten van de historische distilleerderij van Port Ellen heen, een complex waar nu de multinational Diageo moutinstallaties beheert waarmee diverse Islay distillerderijen Whisky maken. Maar terug naar de rit. Als ik aan het einde van de weg kom zie ik het monument in de verte.
Helaas zou ik dan de laatste twee kilometer moeten wandelen en 1 daar heb ik geen tijd voor, 2 daar heb ik geen zin in en 3 ik ben bezig met een motorrit. Dag monument, foto komt van Internet.
 
"Omgekeerd - Mars", en daar gaan we richting de laatste drie distillerderijen van het lijstje. Eerst komt Laphroigh met zijn uitgesproken rooksmaak en rookgeur. Zij hebben 200 van de meest uitgesproken meningen over hun drank op tegels gezet en aan e wand genageld. Ik herinner me nog eentje : "alsof ik een schoorsteen leeg lik".
 
Daarna komt Lagavulin, op een y-splitsing aan het begin van het dorp. Rechts ga je naar het fabrieksterrein, links rij je verder naar Ardbeg.
 
In Ardbeg toont een kopie van een koperen ketel waar je moet zojn. Een grote binnenplaats nodigt uit om te komen kijken en ruiken en proeven. Helaas pindakaas. Gelukkig kun je hun producten ook in Nederland kopen. Behalve dat ene speciale ding dat ik voor Odile gekocht heb.
 
Op de terugweg vind ik het wel een beetje gemeen van mij dat ik niet gestopt ben. Dus ik stop, ga naar binnen en doe een plas.
 
Dan naar Port Ellen, in het half uur dat ik moet wachten koop ik een pint semiskimmed milk en een appel en eet een mueslibol met kaas van thuis. Ik zal laat aankomen in Campbeltown en mogelijk zijn de restaurants dan al dicht.
 
Aan boord valt het aantal honden op. Als ik ze ontloop, komen de baasjes achter me aan. Ik vraag aan de grootste hond, die rustige, om die kleine keffertjes op te eten of lam te bijten. Maar het is een engelse hond dus hij reageert met een kwispel, maar zonder actie, de lafaard. Hij had ze makkelijk kunnen hebben.
 
Ook zijn er een aantal gedegenereerde kinderen aan boord die alleen schreeuwen. Waarom weet niemand want niemand reageert, ook de gedegenereerde getatoeerde ouders niet. En het gillen duurt de hele twee en een half uur durende overtocht. In de stilteruimte, waar het weliswaar sil is maar waar iemand ( ik denk dat ik weet wie ) stille stinkende winden laat, is het rustig op het regelmatig heen en weer bewegen van de deurklink na. Oorzaak : gedegenereerd kind.
 
Poeh. We zijn aan de overkant en ik ga met gezwinde spoed richting Campbeltown. Ik weet niet beter of in bergachtig bochtig terrein is een motorrijder in het voordeel ten opzichte van auto's. Maar ook nu maken aannemersbusjes het verschil. Duivels zijn het. Ik gun hen het ongeluk en het korte gewin van 5 minuten eerder de poten op tafel.
 
In Campbeltown krijg ik het nog even aan de stok met een taxibestuurster:  mijn motor stond een stukje op haar aanrijroute en man, wat kon dat mens vuil kijken. De portier van het hotel knipoogt als ik honderduit haar mijn nederigste excuses maak, overladen met cynisme. Maar later als ik diemdame nog eens tegenkom, campbeltown is niet groot, doet ze alsof ze mijn beste vriendin is.
 
Het hotel is goed, degelijk en oud. En voormeten moet ik verderop zijn, waar ik getroffen worst door de uitmuntende bediening onder leiding van Zoe. Perfect drinken en eten en lachje. Ik moest even aan de conference van Lebbis denken over het perfecte terras. Zoezou daar gewerkt kunnen hebben.
 
Na een lichte pasta met brood (en een bier met een borrel) ga ik naar mijn kamer. Ik had nog een miniatuurtje Bunnahabhain. Met de nadruk op had.
 
 
20170506 Dag 5 van Campbeltown naar Dreghorn
 
Gisteren is mijn headset er af gevallen. Bij bungelde gelukkig nog aan het draadje maar handig is dat niet. Vanmorgen moet ik op zoek naar dubbelzijdig klevend spul.
 
Het ontbijt in de eetzaal wordt opgefleurd door een dikke moeder en dikke zoon die samen tijdens het eten van een full english breakfast een computerspel spelen, door een dikke onverzorgde man die hoest alsof hij stikt en een klein vrouwtje die volgens mij haar gebit vergeten is. De keurige Indische moeder met haar opgevoede kindje tegenover me is het ook opgevallen en we seinen "smakelijk eten" naar elkaar.
 
Op aanraden van de receptioniste van vandaag ga ik voor het dubbelzijdige spul naar een Indier om de hoek. Die man heeft een winkel onder wel vijf woningen, de hele ruimte staat vol met van alles maar helaas, geen dubbelzijdig spul. Een voorbijganger raadt me aan naar de bouwmarkt aan de rand van het dorp te gaan, daar verwijzen ze me door dus uiteindelijk kom ik bij een soort winkel van sinkel zonder pinautomaat.
Maar ik heb mijn tape en met een geleende schaar zit de headset weer vast.
 
Als eerste deel van de tocht van vandaag ga ik onderlangs via de Kilkerran Road (prachtig) naar de vuurtoren van de Mul of Kintyre. Een zeg maar inspirerende weg die (gelukkig?) twee kilometer voor het einde afgesloten is. Div steile klimmetjes met grint afgewisseld met bochten met puttholes.
Bij het hek waait het en is het koud. De enige overige mens maakt van mij een foto. Voor mij is het een keerpunt van de rit. Ik ga nu Schotland verlaten en ga richting vasteland.
 
Terug in Campbeltown ga ik nog even langs de Springbank Disitlleerderij, vas aan de Springbank evangelische kerk overigens en bezoekmeven het winkeltje.
Maar snel daarna rij ik naar het noorden, naar Tarbert waar de ferry naar het vasteland wacht. In Tarbert nog snel een echte dubbele espresso (andere bediening maar ja) en nog geen vijf minuten wachten sta ik op de ferry.
 
Aan de overkant staan de pijlen op Dunoon. Als je deze weg rijdt, begrijp je waarom er zo veel motorrijders je tegemoet komen. Heerlijk.
En in Dunoon ben ik precies op tijd voor de ferry naar Gourock. Op die ferry kijk ik naar de kaart en google naar een hotel bij Troon. Dat is er niet. Wel bij Irvine. De meest betaalbare is bij Dreghorn.
 
Het hotel bestaat uit twee villa's met in de nieuwste ook het restaurant. Mijn kamer 13 zit in de oude villa. Een kleine kamer maar gelukkig met eigen douche en wc. Een aantal ander kamers moet toilet op de gang delen.
 
Nast mijn villa is een kleine tuin met een terras. Dus daar zit ik nu al een uur, met twee bier en volop zonneschijn, het verhaal van gisteren en vandaag te schrijven.
Langzaam druppelen er meer gasten binnen. Mogelijk is er hier (of daar) een feest. We gaan het meemaken.
 
20170507 Dag 6 van Dreghorn naar Whitehaven
Eerst nog even over gisteren: na een uurtje schrijven in de zon was mijn biertje op en het minizakje pindas leeg. Op het andere terras zaten twee mensen te kletsen met een borrel erbij. Ze hadden mij al eerder aangesproken en ik was welkom om erbij te komen. Na mijn foutje van gisteren waarbij ik de dochter van de waard als zijn vrouw had aangezien, was mijn stellige schatting van de leeftijd van dit stel genoeg voor een vriendschap voor het leven: ik schatte (eerlijk of niet, mag jij bepalen) beide op achter in de twintig terwijl hij 36 was en zij maar liefst 44. Ik had die rimpels natuurlijk nog niet gezien....
 
Maar kort en goed waren het geschikte mensen voor een gezellig gesprek op een zonnig terras. En toen zij sigaretten gingen halen in het dorp ben ik aan tafel gegaan voor een torenhamburger die nog lekker was ook. Had ik eigenlijk niet verwacht, dus met een blij gemoed onder de wol.
 
Vanmorgen heb ik de kaart even anders gevouwen zodat de route zichtbaar werd. Eerst richting Irvine om de kust te zoeken, dan naar het zuiden: ik wil dat dorp Troon wel eens zien, waar volgens booking.com geen kamers zouden zijn. Nu heb ik geen B&B gezien maar wel een paar knoepers van golfhotels en een hotel marina, nou, die zijn te goed voor booking.
 
Via Preswick en Ayr rij ik over een uitstekende kustweg naar het zuiden. Het is zondag en de zon schijnt, dus is het tijd voor de Schotten om hun motorfiets van stal te halen. En deze kustweg is een van de favorieten.
Bij Stanraer rij ik het schiereiland op en waan me weer even op de eilanden: ruiger en vergezichten. Aan de haven van Port William eet ik een van de laatste mueslibolletjes van thuis en drink een zojuist gekochte pint melk. Twee engelsen, de een met een tiger en de ander met een speed triple, helpen me met het vouwen van de kaart terwijl ik toon waar ik geweest ben en zij me een weg tonen die in alle magazines staat beschreven als motor-heaven. Dat is de weg van Newton Stewart naar New .....
 
Deze weg loopt weliswaar niet langs de kust en past derhalve eigenlijk niet in mijn programma maar zon verleiding kan ik niet weerstaan. En inderdaad is het een mooie weg met weinig verkeersborden en weinig verkeer. 30 km smullen dus. De weg terug naar de kust is zo mogelijk nog afwisselender en loopt grotendeels parallel aan een riviertje.
Wel apart was, dat hoe verder ik van de kust weg kwam hoe meer wolken er waren. En vanonder dat grijze wolkendek reed ik weer naar de kust en ploeps daar was de zon weer.
 
Omdat mijn vizier weer onder de vliegen zit, rijden met open vizier is niet aan te raden, stop ik om deze te reinigen. Zelf neem ik een appeltje en de tijd om eens te kijken op de kaart waar ik naartoe ga. De Triumph Gentlemen van zojuist kwamen uit Dumfries en zeiden dat Whitehaven wel een leuk dorp is om te overnachten. Mijn tomtom zegt dat dit nog een 180 kilometer verderop ligt.  Moet te doen zijn als ik niet te veel treuzel.
 
Het betekent dat ik nu definitief het ruige landschap ga verlaten en bij Greta Green rij ik zelfs Schotland uit. Ik moet zeggen dat Schotland toch wel een beetje deel van me is gaan uitmaken. De ruwe eenvoud, het ongekunstelde, de eerlijkheid van de mensen. Ik denk dat ik nog wel eens terugkom.
 
Na Carlisle rij ik meteen richting kust bij Silloth om dan weer langs de stranden en het laagwater met rotsen richting Maryport en via het industriele Workington naar Whitehaven te rijden. Ik heb via booking een hotel geboekt dat er vredig bij ligt, op de heuvel, met zonnig terras. Helaas is de keuken dicht dus ik bestelde net een afhaalpizza. Even wachten.... nog even wachten....drie kwartier wachten ....
 
Maar dan zit ik met een nepzilveren hotelvork te prikken in mijn sidesalad. En eet een kartonnen pizza uit een kartonnen doos aan een zespersoonstafel midden in het luxe restaurant. Geeft niks, er is toch niemand. Behalve twee oude dametjes die stil in een hoekje naast de trap alles in de gaten houden. Good night ladies. Good night sir, gniffel.
 
 
20170508 Dag 7 van Whitehaven naar Douglas
 
Vanmorgen vroeg zat ik te zingen in bed. Lang zal ze leven. Ik heb de tekst opgeschreven en gewhatsappt naar het thuisfront. Een uurtje later wordt ik pas echt wakker en begin aan het ritueel van wassen scheren scrambled eggs en bacon met fruit en yoghurt en sinaasappelsap.  Dan een paar emails sturen om de vergaderingen van over twee weken te regelen.
 
Het is fris buiten maar zonnig, via het verwarrende centrum van Whitehaven vind ik een landweggetje langs de kust. Na 15 km singletrack kom ik op de rode weg die tussen de atlantische oceaan (of is het de Ierse Zee) en de bergen van het Lake District loopt. Een afwisselende kustweg met voldoende uitdagingen. In Millom stop ik voor een tankbeurt en een slok water. Ik kijk of er al reacties zijn op mijn ontbijt emails en zowaar: ik kan de planning rondkrijgen en doorsturen.
 
Van dit zuidelijkste puntje onderaan Cumbria rij ik nog uiterster naar Rampside, met een soort landtong die in de zee hangt en een soort kerktoren of minaret midden tussen de rotsen en het zand en zeewier. Ik stop langs de weg en wil een foto maken maar tot mijn schrik zit de rits van mijn tanktas los en kan ik de iphone niet vinden. Mijn Iphone die ik daar steevast in schuif zodat ik snel fotos kan maken is weg. Ik gebruik niet vaak krachttermen maar deze rook flink vers. En in mijn binnenzak rechts, de andere vaste plek, zit hij niet. Nog zo'n stinkterm ontsnapt en ik verzoen me met het feit dat ik terug moet naar Millon en hopen dat hij er bij het wegrijden van het tankstation als is uitgevallen. Als laatste check ik al mijn zakken en gelukkig: weggestopt tussen paspoort en portemonee vis ik mijn telefoon uit de linkerzak.
 
Ik besluit nog even naar de punt van de landtong te rijden en moet plassen van de opwinding. Toevallig staat er een publiek toilethuisje. Als ik er uit kom, komt er een dame met motorpak aanlopen en automatisch zeg ik goedemorgen. Na 200 meter houdt de landtong op en zie ik een motor, zo'n zelfde als de mijne, met daarnaast een grijze man, net als ik. En op de kentekenplaat staat NL, net als bij mij. Ik stop en we raken aan de praat. Zij rijden in het lakedistrict rond, net als ik vorig jaar. Als ook de dame weer terug is nemen we een foto en afscheid en hij zet een helm op: dezelfde als de mijne. Met op de zijkant een intercom. Inderdaad. Wat een toeval.
 
Nu alles weer klopt en de zon weer schijnt rij ik naar Heysham, de havenplaats van waaruit de Ferry naar het Eiland Man vertrekt. Ik heb 's morgens gezien dat een retourtje zo'n €230,- kost als ik hem op internet koop. Ik besluit te gaan proberen om een last minute plekje te krijgen. Bij de incheck rij ik de rijen voorbij en vraag een politieagent waar ik kaartjes kan kopen "over there, Sir" en of de motor hier even mag staan "no problem, Sir".
Aan de balie vragen ze nog £170,- voor een retourtje. Eigenlijk is me dat te gortig. En hoort Man nu eigenlijk bij mijn queeste?
 
Buiten vraag ik de politieman om advies en ook hij vindt het wel duur. Je zou kunnen vliegen maar dan moet de motor hier blijven. En tsja, er is altijd wel wat te doen op het eiland maar anderszijds is het maar een klein eiland. Ik besluit om niet te gaan. "Maybe next year, Sir".
 
Op de weg terug naar Heysham, ik heb inmiddels Fleetwood (net boven Blackpool) ingetoetst, kom ik eerst een oude man op een oude motor tegen. Bepakt en bezakt om stoer te gaan kamperen. En dan op de volgende rotondes weer twee en dan drie motorrijders.
Ik maak de rotonde helemaal rond en besluit toch te gaan. Als ik het nu niet doe zal ik het waarschijnlijk nooit meer doen. Ik loop weer naar binnen en koop een ticket. Ik hoef niet in de rij te staan en kan meteen door naar Security. Daar wacht ik samen met een Franse fietser en klets wat over Strassbourg en de Elzas.
 
Vervolgens aan boord, op weg naar het eiland Man. Snel nog even een kamer boeken voor vannacht in Douglas (we komen pas om 18:00 aan) en voor morgen (we komen pas om 20:35 terug). Want ja, ik heb wel een tent bij me, maar met die heldere nachten komt het kwik net boven nul en dat is mij toch tien graden te koud.
 
20170509 Dag 8 Van Douglas naar Morecambe
Gisteren al snel het hotel gevonden: zijstraat van de promenade, kilometertje rijden.
Het is zon pension hotelletje met diverse kamers zonder receptie: die zit in het restaurant bar hotel aan het einde van de straat.
 
Er wordt me door Chris de manus van alles verzekerd dat het veilg is om de motor, desnoods met de sleutels er in, aan de kant van de weg te laten staan. Er volgen een paar sterke verhalen. Ook wijst Chris me de weg om naar het publieke TT circuit te komen: ook een kilometertje verderop de heuvels in.
 
Het is weer ochtend en het restaurant waar het ontbijt geserveerd wordt zit vol werkmannen in overall die me toch borden vol ei, worst, witte bonen en champignons naar binnen zitten te werken . . . Geen wonder dat ze zelf ook zo vet zijn. Kolossaal is het juiste woord. Ongezond het andere. Mijn yoghurt en appeltje en bruinbrood steken daar schril bij af. Vooruit, dan doe ik ook een schepje scambled eggs en 1 plakje bacon. Met een glaasje melk.
 
Gevoed en gelaafd haal ik de spullen van de kamer en stap op de motor. Ik zal je zeggen dat ik toch wel een beetje gespannen ben: stel je voor dat het circuit vol snelle autos en motoren zit die gekke dingen gaan doen en zo. Maar eenmaal bij de grandstand van de startfinish blijkt dat er weinig verkeer is. Een enkele bus en een paar auto's. En na de grote stad Douglas wordt het helemaal rustig.
 
De weg is links en rechts versierd met strobalen en de stoepranden zijn zwart-wit geschilderd. Op strategische plekken staan grote borden die aangeven hoe de volgende bocht verloopt. Ik rij alleen en voer de snelheid een beetje op. Buiten de dorpen is er op Man geen snelheidsbeperking, vergis je echter niet: het is en blijft een openbare weg met uitritten en kruisingen.
 
Op een paar plekken is de weg overzichtelijk en slingert langs muurtjes en bomenrijen. Met een beetje fantasie kan ik me de sensatie voorstellen van de coureurs die met dubbele snelheid proberen de snelste tijd neer te zetten. Het circuit voert eerst westwaarts om dan met een dubbele rotonde naar het noordoosten te leiden. Hier zijn de bomen en dorpen die soms de snelheid omlaag halen. Opeens is daar ook het vermaledijde bruggetje waar de motoren los van de grond komen (ik blijf met beide rubbers op de grond hoor) en na een knik en een hairpin gaat de weg omhoog om over een soort alpenpas heen te jagen. De borden die de afgelegde afstand (in mijlen) aanduiden schakelen aan elkaar.
 
Na een dorp waar een landbouwvoertuig de snelheid weghaalt kan m ik achter een bestelbus die me het uitzicht ontneemt en zo mis ik de laatste bocht : ik ga links op de rotonde maar moest rechts. Als ik gekeerd ben en gas geef blijkt dat ik alweer op de start finish ben aangekomen. Ik kijk op mijn horloge en zie dat ik er 48 minuten over heb gedaan. De snelste coureurs doen het onder de 18 minuten. De helden.
 
Om mezelf te belonen koop ik een sticker in de plaatselijke merchandise winkel (er zijn er tientallen) en ik besluit me nu weer aan mijn project te wijden.
Port Erin is het zuidelijkste puntje van Man dus hop hop op het zadel en rustig de binnenwegen opzoeken. Een uitstekende koffie moet met baargeld worden afgerekend, waarbij de Indische uitbater mij twee papiertjes geld teruggeeft waarop de bank van Man staat afgebeeld. Vast niet geldig in Engeland en als ik klaag kijkt hij beteutert en geeft toe dat ik het geld wel bij een bank kan inwisselen maar niet mee kan betalen. Dus ik sta er op dat ik engels geld terug krijg en dat lukt met hulp van een vriend die is toegesneld. De rakkers.
 
Lang blijft het koud op de motor. De zon komt achter de wolken vandaan maar de lucht blijft koud. En motorrijders hebben van nature veel tegenwind. Ik ga langs de westkust, waarbij de weg met zijn wegdek en vergezichten wel aan Schotland doet denken, naar Peel. In Peel staat een kasteel dat mogelijk model heeft gestaan voor de mythes rond Avalon. Nu is het een toeristische atractie bij een haven vol dure jachten, omzoomd met dure appartement complexen. Maar ja, Man is niet voor niets een belastingparadijs.
 
Het gaat verder langs de kust naar het noordelijkste puntje : Head of Ayr boven Bride. De lucht geurt er volop van de bloeiende brem als ik kort pauzeer met een slok water.
Dan naar Ramsey waar ik in de buurtsuper een bak sla, een sandwich en een pint melk koop. Aan de haven smikkel ik de sla naar binnen. Vervolgens moet en zal ik naar Slayfall, wat ik dacht dat het hoogste punt van het eiland is. Dus niet. Het is een prachtig dal met water en valletjes waar je prima kunt wandelen. En vervolgens kom ik weer uit in Ramsey waar ik aan het strand mijn broodje en melk verorber.
 
Terug langs de oostkust, waar meer kliffen zijn en waar ik in Lanxey een reuzachtig stalen waterrad bewonder. Toetoet zegt het kleine treintje dat ik tegenkom. Te laat om te fotograferen, maar denk maar aan dat beroemde trammetje uit de films in San Fransisco.
Na al dat moois ben ik om 15:00 alweer in Douglas en zet de motor uit. Ik ga eens even de winkelstraat in voor een koffie en wat internetten.
 
In de plaatselijke koffiewinkel krijg ik een email van een potentiele klant, met een vraag die ik graag wil beantwoorden. Heb ik de komende twee uur weer wat te doen want de boot gaat pas om 19:45 (vanaf 18:00 inchecken).
Als ik bij de Starbucks de klantpuzzel denk te hebben opgelost ga ik even een broodje kebab scoren en koop nog iets voor straks aan boord.
De aankomst van de ferry in Engeland is gepland voor 23:15 dus . . . Dat wordt weer wachten wachten wachten. De hoteleigenaresse heb ik opgebeld en ze zal op me blijven wachten.
 
20170510 Dag 9 van Morecambe naar Rhyl
Gisteren stopte het verhaal bij het verlaten van Isle of Man. De boot voer steeds verder en met het laatste zuchtje dataverbinding heb ik het verhaal kunnen uploaden. Daarna kwam de digitale rust en ben ik in een luxe stoel naar de zonsondergang gaan kijken.
Kalm aan boord dus met de benen op de stoel voor me de komende drie uur doorbrengen met een dutje, een puzzeltje, een paar blaadjes lezen.
 
Aan de overkant was met behulpmvan Tomtom het hotel Crown in Morecambe snel gevonden en met hulp van de lieve dame die voor me opbleef sjouw ik de tassen naar boven. De koffers blijven op de brommer. Het is half een als ik schoon onder de lakens schuif.
 
De ochtend begint net als andere dagen met zonneschijn en scrambled eggs. Heerlijk. Het eerste gesprek is met een hidoe dame in nachtgewaad die Amsterdam geweldig vindt, niet weet hoe de broodtoaster werkt en geen water uit de kan krijgen kan. Het volgende gesprek laat even op zich wachten.  De eenpersoonsmotorclub bestijgt het stalen ros en geeft het de sporen richting Fleetwood. Vlak land met een soort moerassig karakter, binnendijks ontgonnen tot weiland met koeien en schapen. Fleetwood zelf heeft een gigantisch hotel aan de kust gebouwd, het North Easton Hotel, en de oude glorie spat er van af. Net als alle huizen die net niet verveloos zijn maar slecht onderhouden. De commercie viert echter hoogtij in het supermoderne Fleetwood Freeport shopping center.
 
Het stuit me tegen de borst als je ziet hoeveel reclame onder ander de Bank of Scotland maakt voor hypotheken. En leningen. En als je ziet hoe slecht en armoedig men er hier bijloopt, en hoeveel mensen er op een doordeweekse woensdag over straat slenteren. Ik kan me niet voorstellen dat het economisch verantwoord is om nu leningen af te sluiten om nog  meer te consumeren. Einde bespiegeling. Ik rij de boulevard van Blackpool op. En als je al praat over achteruitgang. Het is één groot circus, één grote kermis. Van bonte versiering via paarse hneymoon hotels met glitter, met lichtkettingen en caroussels, met achtbanen en gokhallen. Kilometers lang klatergoud en geldklopperij. Las Vegas gestript op een esplanade. Gruwel.
 
Zo dicht mogelijk langs de kust rij ik naar Liverpool om de geboortegrond van mijn jeugdidolen, The Beatles, te aanschouwen en dan met name de Cavern Club. Ik ben een beetje angstig om de motor ergens te parkeren maar in de Qpark garage durf ik het aan. Wandelend naar het centrum klinken steeds meer bekende  melodietjes. In de Cavern zelf stikt het van de vijftigers en zestigers en speelt een gitarist live om er best goed bij te zingen "I heard the news today, oh boy!". Een broodje verder ben ik bezig de motor weer te starten voor het laatste deel van vandaag. Wales.
 
Net als ik de Mersey River onderdoor gereden ben kom ik in Wales en terwijl ik het leuk vind om namen uit te spreken leer ik het hier binnen vijf minuten af. Gwylld din harf Almwg.
Tomtom ziet een korte weg die ik echt niet gezien had, richting Rhyl. 16 procent op en neer door bos en over weiland, met af en toe een Landrover die de hoek om komt zeilen en mij met mijn koffers het struweelmin duwt. Grind in zijn porridge zal hem zijn deel zijn! Boer.
 
In Rhyl is het warm en zonnig en ik heb er genoeg van voor vandaag. Booking.com toont een paar opties waarvan ik er eentje eerst wil zien. Hierdoor rij ik naar rechts en zie "vacancies" bij een lieflijk huisje. Niet veel later heeft opa Allan de doehetzelver aan zijn vrouw opdracht gegeven om de poort te openen in de tuin zodat de motor vannacht in de tuin slaapt. En ik boven. In een huis vol banken en stoelen met plaids en dekens erover en met snuisterijen zover het oog reikt. En een zelfgemaakte douche met eigen intelligentie die eerst heet is, dan stopt. Als je ergens aan draait begint hij weer. Koud. En dan weer heet. Er zit 1 handle aan maar die heeft geen invloed op het gedrag van de waterstraal.
 
In de tuin hoor ik oma Kay en haar kleinzoon over de motor praten. Awesome roept de kleine met rubberlaarsjes en luier. Als ik beneden kom til ik de kleine op de tank en laat hem de motor starten. We hebben er weer een motorrijder in spe bij.
 
De kaart ligt inmiddels weer op tafel en ik ga de reis van morgen plannen. Leuk.
 
 
20170511 Dag 10 van Rhyl naar Machynlleth
Na het bedenken van de route voor vandaag ben ik gisteren 'de stad' ingelopen. Forget it. Wat een verloedering. En we doen het met zijn allen onszelf zelf aan. We gaan voor het goedkoopste en laten ons verleiden door aanbiedingen die te mooi zijn om waar te zijn. Daardoor raken mooie authentieke gebouwen zoals hotels en restaurants in verval en kopen (buitenlandse / oosterse) investeerders goedkoop grond om nog grotere shopping paleizen te ontwikkelen. In Groot-Brittannie lopen ze daarin voorop, lijkt het.
 
Een leuk uitziende pub heeft nu spandoeken in plaats van een naam op de gevel waarop schreeuwend staat dat hier de laatste Sky-sport uitzendingen live getoond worden. Na de karaoke en DJ Tinnef.
Het goede nieuws is dat ik terecht kom in een klein Chinees restaurant met een aardige edoch graatmagere Roemeense bedienster en een dikke Engelse dame die de chinese kok luidkeels aanspoort tot nog harder werken. Het arme mannetje staat in zijn eentje te roeren en te scheppen dat het een lieve lust is. Het eten van het buffet is goed genoeg om van te genieten, ook al ziet het er niet allemaal even smakelijk uit. Als zijnde de enige gast van vanavond zal ik de sfeer niet bederven en eet mijn buikje rond. Een kilometertje teruglopen en dan dromen van bergen en slingerwegen.
 
Het ontbijt staat in het teken van de twee ouwetjes die naar het ziekenhuis moeten voor een controle en prompt zijn er twee gasten te laat. Met haast wordt voor hen nog een full english breakfast klaargemaakt zodat het hele pension stinkt naar vet en spek. Ikzelf had geen honger  en was op tijd weer op weg. Maar de Schwung zat er niet in. Het landschap was ook niet echt bijzonder. Kilometerslang camping na camping met van die woonwagens / stacaravans opeengepakt in grote dorpen. OK, er is een strandje. Maar ik vind het saai.
 
Ik wordt echt wakker als ik een keer op een rotonde de vierde afslag pak in plaats van de vijfde, kom ik achter een madam te rijden die opeens helemaal naar links gaat, alsof ze mij voorbij wil laten, en dan dwars over naar rechts draait naar een oprit. Mijn ABS werkt en ook zij is geschrokken.
 
Dan kom ik in Llandudno, een provinciestad met alleraardigste winkelstraten, breed en met gietijzeren luifels die aan Bourbon Street doen denken. Ik rij de hoge berg op waar ook een kabelbaan is en een bergtrein. Een heuse bergweg met haarspelden leidt naar de top. En de afdaling weer het stadje in gaat met 25% tegelijk best rap. Leuk.
Vandaar rij ik naar Beaumaris, ook een erg mooi stadje met een mooie kettingbrug, en daarna naar de landtongpunt Holyhead.
 
Een rit zomaar langs de kust zorgt er helaas voor dat je niet veel van het binnenland ziet. Daarentegen zijn de kustplaatsen, zolang er geen campings zijn, best aantrekkelijk met soms een baai en soms een haventje. Zeker op de volgende landtong waar ook Aberdaron ligt en het toeristische dorpje Pwilheli zijn voldoende leuke plekjes te vinden.
Wat me opvalt is dat ik eigenlijk altijd bootjes op het droge zie liggen. Alsof het de hele dag door eb is. Ik moet toch eens om opheldering vragen.
 
Na Crieccieth gaat de kust meer noord-zuid en rij ik naar beneden. Er is hier meer bos en meer berg met bijbehorende wegen. Om een stuk om een drooggevallen fjord af te korten ligt er een oude houten brug waar je voor 50pence overheen mag. Daarna rijgen de bochten zich aaneen tot een mooie slingerweg die leidt tot aan het dorpje Machynlleth waar ik om 18:00 met Nick Sanders heb afgesproken. Hij is druk dus hij heeft maar een uurtje tijd. Ik ben er om 17:30 dus tijd om te douchen en alvast een klein stukje te schrijven.
 
Had ik verteld over Nick, over hoe de rit in Wales (the Clover Leaf) opeens niet doorging? En had ik verteld over Nick, over hoe de geplande Marokko reis opeens een week vervroegd was? Nu, deze zelfde Nick, met wie ik een afspraak heb om 18:00, is er om 18:55 nog niet. Ik heb hem gebeld en ge-SMS-t en gemaild dat ik er ben. Geen antwoord. Wat een tegenvaller. Maar ik laat hem mijn avond niet verknallen. Ik heb een mooie dag gehad, een mooie rit en morgen wordt vast ook weer iets om over naar huis te schrijven.
 
 
20170512 Dag 11 van Machynlleth naar Yate
Het regent lichtjes uit een grijs wolkendek. Het bed was slecht, een piepende matras met veren, te kort, met een laken dat niet paste. Gisteren was een debacle omdat Nick me weer teleurstelde. Dat zat met best een beetje dwars. En het avondeten ook.
 
Bij de, zeg maar " nogal aanwezige " hard pratende en bazige hotel-ontbijt-dame zeg ik niets van het menu te willen, slechts een paar plakjes kaas en wellicht een beetje gekookte ham op een bruine boterham. Nou als meneer dat wil dan zal ze wel even in de keuken kijken. En ze komt terug met twee hompen Cheddar en een halve beenham.
 
Een paar happen (en een gestolen appeltje voor onderweg) verder ga ik de motor opladen en wordt gestoord door het restant van wat ooit mogelijk een aantrekkelijke dame geweest is, maar dat nu quasi ongedwongen stil in een koud hoekje onder een afdak sigaretten zit te roken met een air van "zie mij eens genieten". Haar uiterlijk stoorde niet, daar ben ik na 10'dagen GB wel aan gewend. En ook de rook stoorde me niet, de schotten en britten en welshmen roken als grieken. Maar dat blaffen. Alsof het een mijnwerker was, of een bulldog. Ik schrok de eerste keer en wist niet waar het vandaan kwam. Daarna zag ik het en voelde alle pijntjes en zo niet meer en ik voelde me bijzonder gezond en gelukkig. Vol goede moed ga ik de regen tegemoet richting de kust met kliffen van Pembrokeshire.
 
Omdat het wisselt tussen regen en miezer, en omdat de doorgaande weg naar Gardigan dicht langs de kust loopt, heb ik er geen moeite mee om even vaart te maken. Gisteren heb ik besloten om vandaag naar Yate te rijden waar we goede kennissen hebben wonen. Lynn en Jon weten via whatsapp dat ik kom en hebben een B&B (biertje en bed) voor me klaarstaan.
 
Na Gardigan ga ik de hoek om naar de kust en vind een rustige singletrack met veel heggen maar ook diverse utizichten op de kliffige kust. Na het pitoreske Fishguard ga ik via Abercastle en Abereiddy dicht langs de kust richting St. Davids met zijn oude kathedraal. Dan neem ik de kortste route naar Marloes en rij door tot aan het einde van de weg bij Martin's Haven. Waar de rust is verstoord door een bus vol wandelaars.
 
Via Pembroke, eigenlijk best wel een industriele omgeving, rij ik nog één keertje single track naar een kustplaats. Op een duitse internet site had ik gelezen dat Stackpole de moeite waard zou zijn. Ik kom echter niet verder dan een bemost donker bos en gladde weggetjes die leiden naar een proeftuin waar een schoolreisje is. Weg dus.
 
Om weer een paar kilometer in de richting van Yate te maken neem ik eerst de snelst weg naar Swansea en dan via Wick en Llantwit Major naar Barry.
 
Het einde komt in zicht. Onder mijn helm heb ik diverse discussies met mijzelf en ik denk dat de eenpersoonsmotorclub het eens is geworden. Ik had gepland om maandagavond de boot te pakken van Newcastle naar huis, maar het is nu vrijdag en vanavond zit ik in de oksel tussen Wales en Cornwall. Als ik zaterdag verder rij dan kom ik steeds verder van huis en in twee dagen kan ik Cornwall niet de kust rond rijden en ook nog terug naar Newcastle. Als ik zaterdag naar Newcastle rij moet ik twee dagen wachten. Maar als ik zaterdag vanuit Yate via de Eurotunnel naar Frankrijk ga, kan ik zaterdag avond thuis zijn en dus op tijd voor moederdag.
 
Met die gedachte laat ik Tomtom de route naar Yate bepalen en via de snelweg rij ik langs Cardiff en Newport naar Bristol. Onder de grote hangbrug die Wales en Engeland scheidt is het tij toch vloed geworden en een brede watermassa heeft de modder het zicht ontnomen. In Bristol neem ik nog een korte stop voor wat benzine, water en een hapje.
 
Dan gaat het naar Yate, waar Lynn en Jon me hartelijk ontvangen. Als verrassing voor thuis ga ik Skypen zodat we met zijn allen een uurtje bijkletsen. We beloven dat we volgend jaar terugkomen en ronden het groepsgesprek af. Daarna nemen Jon en ik samen de situatie in de wereld nog even door onder het genot van een bel Dalwhinny. Typisch. Want geen van twee zijn wij praters. Proost.
 
20170513 van Yate naar Duiven, einde deel 2.
Na het ontbijt graven we de motor uit het grind van de voortuin. Met nog wat kusjes en ferme handdrukken neem ik afscheid van onze vrienden in Yate. Vandaag wordt een saaie lange snelweg dag. Met als twee, nee drie markante gebeurtenissen:
 
  1. Bij Swindon wordt ik getroffen door een dikke bruine flats. Deze komt uit de lucht vallen en schampt mijn helm en spat uiteen op mijn schouder. Wat de f**k was dat? In het toilet van het volgende tankstation maak ik met water en papier mijn pak zo goed als kan schoon, vieze Schijtreiger!
  2. Net voor Folkestone komt er een vreselijk vieze geur van natte hond in mijn helm. Het is niet mijn adem. En als ik het vizier open doe, komt het ook niet van buiten. Wel zie ik onderaan het scherm de resten van een insect. En als ik de vinger van mijn handschoen gebruik om te testen, blijkt daar die stank vandaan te komen. Snel koop ik een kaartje voor de trein en spoel mijn helm weer schoon.
  3. Een paar weken geleden heb ik in Etten Leur een geweldig chinees restaurantje ontdekt met een geweldige Mihoen Singapore. Ik stop dus vandaag weer op de markt in Etten Leur en koop zo'n bak en leen een vork. Net buiten het dorp is een tankstation en daar sta ik langs de weg "een vorkje te prikken". Heerlijk.
 
Maar nu naar huis.
Met een snelheid die net boven het toegestane is, rij ik naar huis.
Eenmaal met de voetjes omhoog op de bank, met om mij heen mijn vrouw en dochter, vertel ik in het kort van mijn belevenissen. Want tja, ik ben geen grote prater.
 
Einde deel 2.

Deel 3 2018
Dag 0 korte update
 
Het is alweer een jaartje later. We schrijven 2018, begin juni net voor de zonnewende. 
De motor heeft na de streep naar Gibraltar in oktober vorig jaar vooral netjes onder de beschermhoes staan wachten terwijl de baas hard aan het werk was. Eén keer een zondagmiddag ritje en één keer een dagje proefkamperen in Zuid-Limburg en misschien een paar honderd kilometer tussendoor. Meer tijd had de baas niet in verband met werk bij klanten en werk in de tuin. Door al dat werk kwam het plan om via de Balkan en Turkije naar Armenie en Georgie te rijden in de knel. En qua timing was een trip naar Marokko ook niet aan de orde. Dus toen zich een mogelijkheid voordeed voor alsnog een korte vakantie, kwam deel 3 van het project Shape of a Nation in beeld. En Voilá. Er komen op deze site weer een aantal verhaaltjes over de belevenissen van de eenpersoonsmotorclub.nl
 
De week voor de start kenmerkt zich zoals gewoonlijk als ongewoonlijk. Zo wilde ik de motor even naar de oprit rijden en ploeps verschijnt het alarm “lampf” hetgeen betekent dat je op zondag op zoek moet naar een H7 lampje en hetgeen betekent dat je een half uur met minivingers en gummi gewrichten moet zien dat het weggesprongen veertje weer op zijn plek zit.
Daarna maak je nog een testrit met de nieuwe roltas achterop, om er achter te komen dat deze de koffers afdekt.
 
Op vrijdag 8 juni, de dag voor de vakantie, tijdens het afronden van het werk op mijn thuiskantoor, kom ik er achter dat Excel geen bestanden wil opslaan en dat Internet kuren vertoont. Ziggo meldt een wijkstoring dus afwachten maar. Ik wacht de hele middag en na een route plannen voor de eerste dag in Engeland besluit ik alvast de koffers in te laden.
 
 
 
Ik pak de motor erbij en kom er achter dat ik een lekke achterband heb. Snel Boks Motyre gebeld (wat is Wim een supergast), het wiel gedemonteerd  en niet de twee (!) eerdere proppen zijn het euvel maar een derde (!) schroef heeft een lek veroorzaakt. Terug naar huis, monteren en weer naar Boks Motyre voor controle van de voorband. Niet best, concludeert Wim. En ook de remblokken moeten worden vervangen.
 
Anderhalf uur later ben ik thuis en ga nog snel met Ziggo in de clinch. Na een half uur resetten en knoppen drukken komen we er achter dat ik het oude zwarte modem moest vervangen door het nieuwe witte modem dat ik deze week ontving. Normaliter duurt installatie en configuratie enkele uren, maar nu kan ik om 22:15 “Hoera het werkt” roepen.
 
Mijn dochter en echtgenote juichen geeuwend mee en gaan naar hun bed. Ik neem een bier en een filmpje en begin af te dalen naar een inspirerende motorvakantie. Ik besluit rustig aan te doen en te genieten, we zien wel hoever we komen met deel 3 van project “Shape of a Nation”.
 
9 Juni Tag 1 Die Anreise 92008
Waarom Duits? Omdat in de buurt van IJmuiden Duitsers met honderden tegelijk de boot willen nemen. Maar dat komt later in dit verhaaltje.
 
De dag begint met het “Daaaaggg” zeggen. Eerst tegen mij trotse echtgenote die moet gaan werken op Zaterdag. Tsja, de zorg wordt duur betaald, zeg maar. Door de zorgverleners wel te verstaan. Dag meid, ik ga je missen de komende dagen.
 
Daarna is het “Daaagg” zeggen tegen de buurtjes. Man en vrouw samen op de motor naar Hongarije en nog verder. Twee weken op twee wielen met nog een ander stel. Twee motoren met vier mensen twee weken vierduizend kilometer. Petje af!
 
Dan nog even “Daaagg” zeggen tegen dochter die gaat werken en een paar buurtjes. Ik ben op pad. Wat zeg ik? De hele eenpersoonsmotorclub verlaat de straat voor weer een avontuur. Dat begint in Renswoude als ik bedenk dat ik mijn cash geld vergeten ben. Met slechts 10 Euro vijftig begin ik mijn vakantie.
 
 
 
De Tomtom is ingesteld op “vermijd snelwegen” naar IJmuiden. Binnendoor gaat het over de Veluwe naar Baarn, Uithoorn waaar ik koffie drink bij Motoport (thanks) en met een uitstapje naar Bloemendaal-aan-Zee kom ik veel te vroeg in de buurt van de haven.
 
Honderden motoren staan te tanken en te wachten om aan boord te gaan. Bijna allemaal met een witte kentekenplaat met een blauwe D er op. Als ik aan de verkeersregelaar beken dat ik met de eenpersoonsmotorclub ben, mag ik in de korte snelle rij plaatsnemen en kom even later in gesprek met een paar motorrijders uit Newcastle die net zeventien dagen Europa inclusief Dolomieten en Alpen achter de rug hebben.
 
 
 
Dan even de motor parkeren (zie foto) en aan dek met een biertje. Nu gaat het echt beginnen!
 
Zo zittend aan dek, met een biertje, op een stoeltje dat ik uit de nette rij heb weggehaald en op een voor mij geschikte plek heb neergezet, als enige Nederlander in een massa van Duitssprekende mensen, bedenk ik dat ze mij als zonderling kunnen zien. Zo van “ach wat zielig zonder vrienden”. Maar dan bedenk ik dat het moeilijker en dapperder is om je eigen weg te vinden en je eigen weg te gaan dan om anderen of elkaar domweg te volgen. Mijn keuze, sorry, de keuze van de eenpersoonsmotorclub, is om los te laten en zonder hulp te reizen naar .. kweenie.
 
Of zoals die Duitser zo mooi zei: “Ich habe keine Ahnung, aber davon eine ganze Menge”. Als ik de Ipad wegstop en opkijk raak ik ploeps in gesprek met een clubje Duiters en een Duitse. Lid van de Ruhrpott motorclub, leden die een Harley Davidson rijden maar zoner tattoo doer het leven gaan. “Je moet niet alles zomaar nadoen”, beweren ze, terwijl hun kleding juist Harley all over schreeuwt. Affijn, wel lekker gekletst en vrienden gemaakt.
 
 
 
Dan naar het buffet, maar niet voordat ik een paar kleine drams Whisky heb gekregen van dezelfde motorrijdende Fillipino als vorig jaar, waarop zijn chef erbij kwam die ook een paar speciale adviezen voor me inschonk. Het buffet was goed genoeg.
 
10 juni Dag 2 Zondag 92200
Wederom prima geslapen, de boot en ik deden wedstrijdje ronken. De boot heeft gewonnen. Want om 7:30 zat ik aan dek met een koffie en twee mueslibolletjes en de boot ging door met ronken tot 9:00 local time. Met honderden motorrijders staan we hutjemutje een half uur te wachten voor we de boot uit mogen. Netjes in een rij.
 
 
Dan in de rij voor de douane. Motoren bij elkaar zodat er niemand staat bij andere douane. Irritant want een rij met motoren bevat veel meer personen dan een rij met auto’s en campers. Bovendien moet elke motorrijder zijn helm afdoen, papieren zoeken, papieren opbergen, helm opdoen en handschoenen weer aan, hetgeen per persoon veel langer duurt dan bij auto’s. Het is zóó eenvoudig op te lossen maar ik denk dat ze of oerstom zijn of dat ze ons willen pesten.
 
In de rij wissel ik nog wat waardigheden uit met de engelsman uit Newcastle van gisteren. Toeval dat we weer naast elkaar staan. Met een Boks nemen we afscheid en terwijl hij Newcastle inrijdt, rij ik er zo snel mogelijk uit: ringweg richting Hexham. En dan nog een paar kilometer verder waar ik de kleine witte weg neem, richting Alston.
 
Bij Langley is het even dwalen maar dan heb ik de goede weg. Totdat Tomtom me naar rechts stuurt voor een korte weg. De witte weg wordt smaller en smaller en wordt een smale weggetje met gravel/grind. Prachtig maar in het begin een beetje eng.
 
 
 
Na Aston gaat het de hoogvlakte op en de lucht wordt grijs. Druppels voegen samen tot een fikse regebui. De Pennines zijn woest en leeg. Een mooie ongerepte hoogvlakte. Met weinig mensen en veel schapen.
 
Via Barnard Castle gaat het richting Yorkshire. Voor Hawes krijg ik me toch een Stortbui over het hoofd! Gelukkig had ik net een handschoenwissel uitgevoerd zodat ik redelijk waterdicht aankom in het nietsvermoedende toeristenoord Hawes. Bij de plaatselijke Spar spaar ik op lunch door met te beperken tot een sandwich en een halve liter melk.
 
Daarna komt de mooiste weg van de dag, naar Ingleton. Een aaneenschakeling van heide, schapen, stroompjes, wandelaars met en zonder honden. Maar het wordt later en ik moet de drukte van Liverpool en Manchester omzeilen. Dat doe ik met hulp van de snelwegen A6 en A56.  In Wrexham ga ik op zoek naar onderdak. Met hulp van booking kom ik uit in een Inn ofwel het Castle hotel in Ruthin.
 
 
Op de zolder was een warme kamer beschikbaar, sluipdoor kruipdoor kom ik er achter dat de elektronische sleutelkaart niet werkt. Zes trappen terug, hoek om, trap op trap af vind ik de landlady die met haar masterkey alles aan het werk krijgt. Met schone kleertjes zit ik in de bar/pub/restaurant dit verslag te schrijven. Het was weer een mooie dag.
 
11 juni Dag 3 Maandag 92677
Na een warme nacht in mijn zolderkamer in het Castle Hotel in Ruthin besluit ik om geen gebruik te maken van het vette ontbijtaanbod van de franchisegever Wetherspoon. Geen trek in hamburgers of worstjes met gebakken bonen en champignons met spek. Nee, geef mij maar een koffie met een mueslibolletje. Dan douchen, aankleden en hop op de brommer, het avontuur tegemoet.
 
Buurman Paul en zijn vriendin zijn deze weken op vakantie in Wales en het toeval wil dat zij vanmiddag naar Elan Valley gaan, hetgeen precies op mijn uitgestippelde route naar het zuiden ligt. We gaan proberen elkaar te treffen.
 
 
 
Maar eerst gaat mijn reis naar het westen, via capel curig weer zuidwesten naar Porthmadog. En dan merk ik dat zeker met zonlicht Wales betoverend mooi kan zijn. De regio Snowdonia heb ik vorig jaar overgeslagen omdat het niet aan de kust lag, maar ik ben blij dat ik me voorgenomen had dit jaar een kijkje te gaan nemen.
 
 
De betovering gaat verder als ik terug binnendoor naar Bala rij. Soms waan ik me in Schotland vanwege de ruige rust, dan weer in Spanje met zijn brokkelige kronkelwegen, dan weer in Oostenrijk met Alpenblikken. Het landschap wisselt zich af en aan. En die rust? Als je de witte weggetjes vlgt kom je nauwelijks mensen tegen. Unsuitable for Caravans and Large vehicles, dus de grijze nomaden met hun campers en caravans ontbreken. Slechts een enkel fietser trotseert de soms 20% hellingen.
Zo rij ik ontspannen verder, bijvoorbeeld langs Llanymawddwy.               
 

 
 
 
En die betovering is nog niets vergeleken met de route van Llandloes naar Rhayader. Of bijvoorbeeld die kleine witte weg naar Corris, die niemand kent. Soms kom ik bij die betoveringen op weggetjes smaller dan een auto waarboj soms mijn koffers links en rechts het struweel strelen, in ruil voor een bemoste ondergrond waarop mijn wielen soms glibberen. Wauw.
 
En dan weer kilometers perfect asfalt tot aan Edan Village. Echt apart hoe een paar stuwmeren met elkaar verbonden zijn tot bassins die zorgen voor voldoende vers water voor de regio. Het was het rondje rond de meren zeker waard. Helaas hebben we Paul niet getroffen, mede omdat mijn telefoon grotendeels van de dag geen dekking had en whatsappjes niet ontvangen en verzonden werden.
 
 
Maar daarom niet getreurd, want na een sandwich met mel van de locale Spar is de eenpersoonsmotorclub op pad gegaan richting Beulah en Brecon. Wauw weer, wat een weg! En daarna naar Skenfrith om daarna echt Wales te verlaten over de noordelijke van twee enorme bruggen over de Severn.
 
 
 
De pijlen staan op Weston-super-Mare. Maar de aanblik van die over-gecommercialiseerde pier en pubs en 1euro winkels jaagt me snel naar een B&B iets meer landinwaarts. Met een salade met broodjes van de buurtsuper, een biertje en een yoghurtje als nagerecht, zal ik zo meteen de bedstede opzoeken. Dromend over bijna 500km Wales in the pocket.
Morgen gaat het weer langs de kust, die lange kust. Gaan we Lands End halen?
 
 
12 juni Dag 4 Dinsdag 93166
Schuin tegenover me zit een jonge dame aan het ontbijt en er ontspint zich een aangenaam gesprek over mijn toast met zalm en haar halve portie full english breakfast. Zij werk bij een drankengroothandel. Wat een toeval.
 
Als ik op de motor zit mis ik opeens mijn Tomtom dame, volgens mij heet ze Eva. Ik zie wel aanwijzingen maar ik hoor ze niet. En juist dat horen van aanwijzingen maakt het leven aangenamer. Dus ik frutsel wat aan draadjes en friemel wat aan knopjes en opeens is ze er weer. Gelukkig.
 
Samen met Eva in mijn oren draai ik van rotonde naar rotonde tot aan de kustweg. Wat een ellende. File rijden achter aannemerbusjes en caravans en streekbussen. Dat duurt zeker tot aan Bridgewater.
 
Soms ontsnap ik aan de doorgaande weg-drukte en rij richting zee. Zo kom ik in Brean Beach waar je gewoon op het strand kunt parkeren.
 
 
 
Na Bridgewater ga ik de witte weggetjes op zodat ik verdwaal in het labyrinth van singletracks met heggen tot ooghoogte.
 
 
Ik beland aan de kust waar een enorme bouwput me verrast. Die stond niet op de kaart. Hinckley Campus nodigt uit voor een voetbal kampioenschap, geen idee waar het over gaat maar de bewapende bewakers en af en aan rijdende witte vrachtwagens maken het tot een soort CIA gebeurtenis.
 
 
Later thuis ontdek ik dat het een energie bedrijf is dat voor zijn medewerkers een dorp met 510 woonverblijven heeft opgericht.
 
Ik vind mijn weg terug en kom weer in bewoond gebied van Kilve tot aan Minehead. Kilometers Campings aan zee met sta caravans en kermissen. Dat alle verandert na Porlock. Dan gaat de weg opeens 25procent op en neer en kom ik op een kustpad, eerst langs de Valley of The Rocks en dan over een spannende kustweg een paar honderd meter boven de zee met klifachtige afgronden. Zo rij ik naar Ilfracombe en kom weer een beetje bij. Geen weg voor beginnelingen.
 
 
 
Bij Hartland Quay geniet ik van kliffen en golven en gaat de weg even naar het zuiden. Ik begin het landschap te herkennen en zeker de weg door Boscastle komt bekend voor. 10jaar geleden is dit dorp bijna weggevaagd door een grote modder overstroming die door de vallei na hevige regenval naar beneden kwam. Vervolgens herken ik de parking in Tintagel met het aparte kasteel op de rand van het land. Port Isaac en Portstow herken ik eveneens, alleen zijn er nu zeker tien keer meer mensen dan tien jaar geleden.
 
 
 
Het laatste stuk gaat gepaard met strakblauwe lucht en inspirerende bochten. Op de parkeerplaats van een Tesco heb ik een hotelletje geboekt in Newquay. Verrassend met binnen en buitenzwembad (frisjes na een hele dag motorpak) en een kamer waar de hele dag de zon op heeft gestaan, verrassend warm na zo’n frisse duik.
 
 
 
Zo meteen wat eten in het dorp. En o ja, het antwoord op de vraag van gisteren: we hebben Landsend niet gehaald. Dat komt morgen.
 
13 juni Dag 5 93499
Gisteren dus slechts 333 kilometer gereden. Echt niet meer? Na acht uur rijden? Dat komt natuurlijk door die kleine weggetjes tussen de heggen. Man, ik was redelijk total loss en na een bord Griekse Kipgyros was ik blij om in mijn bedje te kruipen. En in de kamer was het al weer koeler met het raam open.
 
‘s Morgens wakker worden van het douchen en wateren van de buurman. De muren waren weer eens van papier. Maar goed, ik heb er zin in en sta monter op om te douchen en te wateren, waarmee ik mogelijk ook een hotelgast heb gewekt.
 
Voor het Kilbirnie hotel staan twee bussen. En al die busgasten hebben gedoucht en gewaterd want iedereen, dat is dus 80 Duitse grijze duiven, staat wakker kwekkend en lachend op de gang te wachten tot de deur van de ontbijtzaal opengaat. Na drie minuten kom ik weer en iedereen is stil en kauwt of slikt zijn ontbijtje. Goed zo. Keurig opgevoed.
 
Terug van het ontbijt op mijn kamertje vul ik de camelbak en doe hem terug in de rugzak. Dan pak ik de rest in de tassen en als ik klaar ben, kom ik er achter dat ik les 1 van Camelbak vullen heb overgeslagen: controleer of de deksel goed dicht is. De rugzak is kliedernat en het water klotst het matras op. Ik red wat er te redden is maar het is verreweg te laat. Alles kliederkletsnat. Gelukkig kan de receptioniste er om lachen, tof mens.
 
 
Afbeeldingsresultaat voor kilbirnie hotel narrowcliff newquay
 
 
 
Met een druppelende rugzak rij ik weg richting westen. In Perranporth zie ik de eerste baai met strand plus badgasten. In Portreath stop ik zelfs op zo’n strand om te zien wat er leuk aan is. Van bovenaf de weg ziet het er idyllisch uit, met die kliffen links en rechts. Best fijn om hier langs te kunnen rijden. Overigens, heel apart, mogen auto’s gewoon op het strand parkeren.
 
 
 
En ook vandaag maken Tomtom en Eva er een feest van. Samen verzinnen ze de mooiste route met de kleinste weggetjes en verrassende stijgingen en dalingen. De wegen zijn niet schoon, dus ben ik blij dat het droog is. Steeds zijn er twee droge sporen waar autos rijden, maar die sporen zijn slechts 30-40 cm breed, met in het midden een spoor van grind en gruis, modder en aarde dat soms bemost is en vochtig. Ongelogen waar heb ik vandaag honderden kilometers van dit soort weggetjes verslonden, soms expres in het midden rijdend om te leren sturen op gravel.
 
 
 
Na St Just worden de struiken lager en de wegen overzichtelijker. In de verte doemt de stompe kerktoren op van Sennen. Nog drie kilometer en daar is Lands End. De magische attractie. De parkeerwachter kijkt eens goed naar de eenpersoonsmotorclub en als we toegeven dat we alleen een fotootje willen maken, mogen we zonder 6£ te betalen verder rijden. Een bijdehante ierse tante maakt van ons een groepsfoto zodat we nu onofficieel een end-to-ender zijn. Van John O’Groats tot aan Lands End. Van het meest noordoostelijke tot het meest zuidwestelijke punt. Maar dan wel “the long way around”.
 
Dan ronden we de kaap richting Penzance en het nabijgelegen St Michel Mount, een bebouwd eiland dat sprekend lijkt op het franse Mont St Michel. Vanwaar die naam?
 

 
 
Zonder me dit werkelijk af te vragen rij ik naar Lizard Point, het meest zuidelijke punt van het VK, en maak ook daar een fotootje terwijl de motor bijna omvalt en ik hem lopend-rijdend in bedwang kan houden. Alweer een les geleerd.
 
Die zuidelijkste punt van Lizard via St Keverne naar Mannacan en Mawgan barst van de singletracks met heggen. Er is een heg die een doorgang biedt, naar een uitgestrekt weiland met uitzicht. In dit zonnige stukje rust neem ik een pauze, met een van de laatste mueslibolletjes. Lekker plat. En dan weer verder.
Van Mawgan naar Mawes is hemelsbreed 8 km, maar vanwege de baai is het 50km rijden. Mooie kilometers, dat weer wel. Weer met die vermoeiende heggen-weggen.
 
Na Mevagissey ontkom ik niet aan een stuk geciviliseerde wereld, met rotondes, bussen en vrachtverkeer. Daarna hup weer de bush in, om uit te komen in Foley. Dat is een steil dorp met een labyrint aan steegjes waar Tomtom en Eva even geen raad mee weten. Ik verdwaal tot op de 25% hellende stoep van een buurman. Draaien en keren en opnieuw proberen. Als er dan ook nog Deviation staat en Road Closed geef ik het op en neem de ferry naar Bodinnick.
 
 
 
De navigatie gaat naar Looe, eerst W.Looe en dan E.Looe. Dan word ik moe en zoek een Inn. De eerste is niet de beste en zeker een van de duurste. Als ik piep wordt de prijs wel 20 pond lager maar ik besluit verder te zoeken. En na vijf minuten heb ik 50 pond verdiend en zit nu met een buik vol kipfilet en blauwe kaas (met veel stoomgroenten, schat!) het verslag te schrijven in een rustige pub in een vergeten dorpje. Menheniot, als je het wilt weten, the White Hart pub. De teller staat op 93829, altijd nog 330 km, bijna gelijk aan gisteren, ben dan ook bijna even moe.
 
14 juni Dag 6 93829
Aan de bar stonden gisteren twee mannen te praten over drizzle and rain. Ik heb hen genegeerd. Maar heus, vanmorgen toen ik opstond regende het drizzles. Om het beste ervan te maken heb ik nog een paar plastic zakjes om dingen gedaan en een plan gemaakt om met een droog hoofd in de helm te kruipen.
 
Gelukkig was dat allemaal niet nodig. Eenmaal buiten was het droog en hoewel er misschien nog vijf minuutjes gedrizzeld werd onderweg, werd het allengs een hele mooie droge dag. Zoals het heurt.
 
Gisteravond heb ik aan tafel een plan gemaakt. Even daarvoor had ik Jon aan de lijn, van de opvangouders die mijn dochter een half jaar in huis hebben gehad. Jon en Lynn wonen in Yate, dat is ver van de zuidkust waar ik nu ben, maar dichterbij zal ik deze reis ook niet komen. Dus hebben we gepland dat ik vanavond bij hen bier en bed en breakfast kom doen. Leuk. Toffe lui.
 
 
 
 
 
Kortom, ik rij weg als de lucht droog is en de wegen nog nat. Dus meteen modderige bospaden bij besprenkeld vizier. Voorzichtig aan. Bij het dorp Torcross is het genieten. Eerst een goede bochtenweg, dan een singletrack met mos en nat gravel, niet meer dan anderhalve meter breed. Daarna een soort dijkweg tussen meertje links en zeestrand rechts. Totdat de weg abrubt ophoudt door een of andere verzakking.
 
 
 
Dat betekent een half uur dwalen door de dreven totdat ik in Dartmouth kom. Een mooi en kleurrijk havenplaatsje waar ik eerst een rondje moet rijden van Eva voordat ik door volkomen legaal de file in te halen meteen vooraan op de Ferry mag plaatsnemen. Joho. Aan de overkant houdt de veerman iedereen tegen zodat ik de weg voor me weer vrij heb. Ik ga full speed ahead naar Brixam.
 
Brixam ook is inmiddels ontdekt door massa’s toeristen. Maar ja, ben ik dat ook niet? Tomtom wijst me naar een nauwelijks te bereiken waypoint voordat ik verder mag naar Brixham en Teignmouth waar ik uiteindelijk een prima sterke koffie krijg met daarbij een Mars-Brownie. Dames: maak een grote plaat brownie met veel chocolade, snij een mars overdwars in repen en drapeer deze over het beslag. Daarna bakken maar. Heerlijk. Wel zoveel calorieën dat ik tot 16:00 geen trek meer heb.
 
 
 
Langs de kust naar Exmouth, tenmiste zo goed en kwaad als het kan, dan naar Sidmouth. Dit is de kust van Devon met veel grillige en gekleurde kliffen. Het is me gelukt om af en toe een plaatje te schieten want parkeerplaatsen met uitzicht zijn zeldzaam. In het altijd pittoreske Lime Regis zie je de oude englse adel en snobs samenklonteren op de terrasjes met clothed tea met cucumber tea en een potje middag-croquet op het veldje voor het hotel. Awesom.
 
 
 
Dan komen er nog drie aparte avontuurtjes. Eerst het vlakke stuk met het gigantische lange strand voor de kust bij Abbotsbury, afgesloten met een bezoekje aan het schiereiland Portland. De vuurtoren lijkt wel wat op die van Lizard.
Het tweede avontuurtje is de rit van Portland naar Swanage. Glooiende wegen, redelijk doorrijden en mooie vergezichten die ik staande op de pedalen tot me neem. Mijn achterste begint af en toe zeer te doen.
 
 
 
Het laatste avontuur van de dag is de rit naar Yate. Ik vraag aan Tomtom naar de kortste route en met name in het heuvelachtige Bath is dat een uitdaging. Tegen achten kom ik aan bij Granny Smith voor mijn bier en bad, daarna kleppen en leuteren tot de baas thuis komt en we serieuze dingen gaan bespreken.
Laat kruip ik onder de wol. Tevreden.
 
 
15 juni Dag 7 Wight 94300
Het zonnetje prikt in mijn ogen.  Het koffiewater is door de lord and lady of the house aan het pruttelen gebracht. Een nieuwe, uitdagende dag is aangebroken.
Na het broodje ham (nee, geen full english breakfast aub) en een sloot koffie gaat het op de kortste route richting Lymington. Dat brengt me langs Milksham en Stonehenge. Parkings vol bussen, campers en personenautos in een verder verlaten heuvellandschap. De stenen zelf zijn aan het oog onttrokken, helaas. Maar ik was er al een keer geweest, no problemo.
 
 
In Lymington is het ernstig druk en mijn file omzeil techniek werpt vruchten af. Bij de Ferry naar Wright word ik als motorrijder uit de rij geplukt en naar voren, bij het kantoortje gestuurd. Daar koop ik snel een kaartje en net als ik op de motor stap doet een geel hesje het hek van de boot dicht. Come on! Mis ik die pont alsnog.
 
Niet getreurd, ik rij naar het centrum en vind een Italiaanse koffietent, goed voor een cafe doppio en een broodje italiaanse gehaktballetjes. Warm. Mjam.
Terug bij de Ferry word ik weer naar voren gestuurd en mag samen met twee andere motorfietsen als allerlaatste de boot op.
 
 
Aan de overkant bij Yarmouth ga ik naar rechts en maak wat plaatjes van de rotsformaties. Daarna even tanken en wat olie bijvullen. Halve liter is genoeg. Via Freshwater naar Afton met witte kliffen en groenblauwe zee. Richting Ventnor wisselen de kliffen van kleur en grootte, een genot.
 
 
 
Maar daarna, richting Ryde is het genieten afgelopen. Wat een drukte. Veel te veel autos op zon klein eiland. De files gaan maar door en ik besluit mijn rondje af te breken en in Fisbourne de Ferry terug te pakken. Een uur later ben ik in Portsmouth, klaar voor het laatste stukje van vandaag.
 
 
 
Via West en Oost Wittering gaat het naar Selsey en dan naar mijn geboekte bedje in Bognor Regis, een badplaats der vergane glorie. Na weer een dag van 9 uur helm, handschoenen en zadel zit ik uit te waaien op het kiezelstrand.
 
 
 
Straks nog iets eten in het shabby restaurant. Ben benieuwd naar hun fresh food served all day.
 
Zaterdag 16 juni Dag 8, 94584
Dat viel tegen. De bediening was leuk, daar niet van. Huppelende dames en een jonge wervelwind. Hello Love, thank you deer, there you are darling. Maar het advies om een krabsalade te nemen was fout. Als jij er ooit aan denkt om in Hotel The Navigator een krabsalade te nemen: Doe Het Niet. Je hebt er de hele nacht last van. Ik hoopte op iets gezonders en lichter verteerbaar dan worst, hamburger of erger. Maar deze prut was awful. Met twee rennies en een vroegtijdige stoelgang tot gevolg.
 

CRAP salad
 
Het ontbijt bestond alweer uit cooked breakfast dingen, a heartattack on a plate. No thank you love, geef maar wat kaas en wat toast. Fruitsapje, yoghurtje, prima. Paps kan weer op pad. De eerste kilometer gaat goed, dan begint de ellende van stoppen, file, bussen, caravans, drukte, nog meer file. Er komt geen eind aan. En ik maar doorgaan want ja, parallel aan de kust betekent aan de regels houden.
 
Afbeeldingsresultaat voor Winchelsea
 
Pas na zo’n 80 km tuffen, stoppen, schakelen, tripleren krijg ik er lol in en duik de volgende file in met luid gezang van de pop van The Beatles tot aan aria’s van Paul Pott. Lachen. Want het verkeer is om te huilen. Af en toe wel mooie plaatjes van kliffen gemaakt. Het schiet echter voor geen meter op. Opeens kom ik door een dorpje waar heel veel mensen lopen. Wat is hier aan de hand? Het lijkt een soort Bronkhorst met oude huizen en dito ambachten. Winchelsea. Later wat foto’s googelen.
 
En dan kom ik beneden bij het dorpje Rye. En daar staan hoopjes motorfietsen. Een dorpje met oude huizen met zwart geteerd hout, het lijkt een beetje op Volendam. En na Rye begrijp is waarom die motorrijders daar zijn, want de polderwegen die volgen gaan hard en strak de hoek om. Wel veel wind. En uitgestorven dode akkers. Dat gaat door tot aan Dungeness. Met af en toe een hutje van het lijkt wel wrakhout. Heel apart.
 
   
 
Dan volgen nog een paar korte sprints. Eerst naar Folkestone voor wat kliffoto’s. Dan naar Dover waar ik een foto maak van de haven en Frankrijk op de achtergrond. Ook maak ik daar een praatje met twee mannen die met de fiets van Dover naar Lands End willen fietsen. Succes mannen!
Dan gaat het met iets grotere vaart naar Ramsgate en de oostpunt Foreness Point. Veel zee. Bij Margate ook veel zee en veel zand en wat kliffen. Fotootje. En even op de kaart kijken waar ik ben en waar ik nog kan terecht komen.
 
 
In principe wil ik voorbij Londen met al zijn voorsteden en industrie. Het eerste plaatsje dat ik op de kaart semi toeristisch vind klinken is Southend-on-Sea. En daar ben ik nu. Samen met een bak rouwkost en nudelsalat als compensatie voor die krabsalade van gisteren. Als de Hindi buurmannen straks hun waffel houden alsik wil slapen vind ik het prima. Morgen zie we wel weer verder. Het gaat goed met me.
 
Zondag 17 juni Dag 9, 94980
De Hindi of wat dan ook gingen de hele nacht, tot s morgens aan toe, elk uur een vijf tot tien minuten buiten praten. Niet luid of zo, maar gewoon hardop. Zodat je wakker wordt en als ze dan naar binnen gingen of hun waffel hielden val je weer in slaap. Toch begint de dag goed met koffie en .... geen ontbijt. Komt straks wel. Het druppelt nog na van een  iezerbuitje vannacht als ik wegrij.
 
Het landschap is saai. De omgeving is saai. De mensen zien er slecht verzorgd uit en zijn gelaten. De man bij het tankstation staat erbij alsof hij elk moment in slaap kan vallen. Zombies, lijkt het wel. Staan er twee naast de weg, kom ik langs en zwaai vriendelijk, bewegen ze niet eens alsof ze me niet eens gezien of gehoord hebben. Zombies, lijkt het wel, denk ik nogmaals.
 
Maar dan kom ik voorbij aan South Woodham in een soort polder waar ze de weg in kronkels hebben aangelegd. Veel leuker dan die rechte wegen in onze polders. Uitdagender ook. En ondanks het saaie landschap is het leuk sturen, vinden ook diverse andere motorrijders. In Burnham on Crouch wenkt een van de motorrijders me en schuif ik even aan voor een koffie. Aardige mannen. Dan weer verder richting Maldon.
 
 
Na Maldon kom ik weer in de polders en heuveltjes, weggetjes met struiken en velden met groen spul. De pijlen staan op Brightlingsea, het blijkt een super rustig kustplaatsje te zijn met dito watervermaak en eendjes in het water, mensen aan het picnicken en, tja, ik ben meteen weer weg. Wel een foto gemaakt geloof ik van de gekleurde badhuisjes. Of niet?
 
De wegen zijn droog en soms komt het zonnetje door de verder grijze bewolking. Rechts hangt een enorme regenbui die volgens mij, als ik hem boos aankijk, terplekke leeghoost waar hij hangt en zich de rest van de dag niet meer laat zien. Zie je wel, je kunt je eigen geluk maken. Dat denken ook de honderden badgasten in Walton on the Naze. Ik rij tot aan het puntje van de Naze en maak een plaatje. Ook hier vrolijk gekleurde badhuisjes. Dat is heel iets anders dan de Zombies in Southend. Of kwam dat door hun miezer.
 
Even tussendoor: ik had nog een kleine discussie met Jon en Lynn over het wel of niet ongezond zijn van het grote engelse ontbijt. Er zouden vezels in zitten en proteïnen en andere gezonde bouwstoffen. Over dat vet en het bewerkte vlees in de vorm van worstjes en bacon heb ik het niet gehad. Later op internet waren de kritieken op het engelse onbijt groter dan de voordelen die eigenlijk alleen voor de landarbeiders en dockwerkers van toen van toepassing zijn. De moderne mens werkt niet meer zo hard dat alle calorien opverbruikt worden. Dat uit zich door het gigantisch percentage aan vette, overvette en ontzettend vette mensen hier op straat en strand. Ernstig gewoon.
 
 
Als ik nu op straat een foto ga maken van 10mensen zijn er 8 te dik met minstens 1 dubbelzwaar. En het kan ze niets schelen. Hun kleding accentueert nog eens. Met te kleine t-shirts, te korte topjes en te strakke jurkjes. En dan vooral veel tattoos op hun blanke vel. En piercings her en der. Hebben ze hier geen Ster-reklame of modemagazines? Zo aan de kust, waar de mensen vakantie houden en losgaan, daar valt het helemaal op. Sorry, ik ben zelf ook niet meer zo slank als vroeger en ik ben geen fotomodel, maar dit moest er even uit.
 
Verder met de tocht. Van Walton gaat de club naar Harwich. Veel over gehoord, nog nooit geweest. Omdat ik met Tomtom en Eva reis, programmeer ik de route achterwaarts in. Vervolgens zetten zij het op een rijtje, maar in ruil daarvoor laten ze me eerst naar een waypoint zoeken voordat ik verder mag. Soms ben ik stout en rij naar de kust of een haven of bezienswaardigheid voordat ik weer gehoorzaam links op de rotonde en eerst afslag rechts neem.
 
 
 
In Harwich verschillen onze meningen niet echt en na een blik op de haven rijden we naar Felixstowe. Hemelsbreed 8 km maar vanwege het water en gebrek aan brug en/of pontje rijden we om via Ispwitch. Daar gaat het via een enorme brug over de rivier Orwell vrij snel naar Felixstowe. Op een muurtje neem ik een broodje. Effe rust. Dan weer op pad want het leven van een reiziger draait om het reizen, in tegenstelling tot een toerist die ergens naartoe reist en daar dan even blijft.
 
Ik ga binnendoor naar Aldeburgh, een fraai plaatsje met een prive wijk met prive huizen aan prive wegen die met prive hekken zijn afgesloten voor overig verkeer. Deze reiziger, helaas, heeft het bord niet gezien (not) en dwaalt door de wijk tot aan het hek, dat door een keurige dame met geaffecteerde spraak vanuit haar Rangerover voor me wordt open gedaan. Leuk kijkje in de Engelse cultuur, voor ik weer afdaal naar de badcultuur zoals zoeven besproken.
 
Na Aldeburgh rij ik naar Lowesoft (niets aan) en langs Great Yarmouth naar een paar dorpjes die mogelijk een Inn for tonight hebben. Bij het tanken controleer ik de beschikbaarheid van rooms en bedden. Volgens booking.com moet ik toch terug naar Great Yarmouth. Daar is een deel van de promenade afgesloten: ik ben net een uur of twee te laat voor de Airshow. Ik ben wel op tijd voor mijn hotelletje en bel vanaf daar met het thuisfront. Of ik al pizza gehad heb op deze vaderdag. Goed idee.
 
Wandelend naar het centrum kom ik langs twee bijzonderheden. Ik hoorde het al sinds ik in mijn hotel ben aangekomen maar nu zie ik de oorzaak van de herrie. Voor een hotel staat een zangeres met disco en microfoon te zingen voor een publiek van . . . één persoon die op zijn telefoontje aan het typen is. De tweede bijzonderheid is het werkstuk van een creatieve loodgieter. Dat kan in Engeland.
 
 
 
Op de boulevard is men de restanten van de airshow aan het opruimen en Tripadvisor helpt een beetje bij het scheiden van kaf en koren van het grote aantal eetgelegenheden. En zo eindig ik bij een echte Italiaan in Greath Yarmouth. Met een heel bijzondere pizza, smakelijk maar klef en vet. Een soort Engelse pizza. En dat in een restaurant in de kelder van een supermarkt, zonder ramen. Zeg maar klein.

Lowesoft Ness point, op 200 m gemist.

Airshop, op 2 uur gemist.
 
Als ik naar buiten kom in de frisse lucht zie ik weer hangende jongeren in trainingspakken met blikken bier. Ik begin aan een stevige wandeling naar mijn hotel en als ik daar aankom, bedenk ik me dat ik in Lowesoft het meest oostelijke punt van de UK heb aangedaan. Oeps.
 
Maandag 18 juni Dag 10
De nacht: stil en aangenaam, goede douche, nette kamer. In de gang een niet krakende trap. Alles is goed onderhouden. Antiek of niet, het is heel en staat goed in dit oude klassieke gebouw. Als ik de dining room binnenga valt mijn mond een beetje open. Een soort museum met koloniale sculpturen en vitrinekasten. In het midden een grote houten eettafel met tien bijpassende stoelen. Daar omheen een paar kleine tafeltjes, gedekt voor het ontbijt. Alsof uit een boek weggelopen komt een oosters uitziende bediende in schamele kleding dienstbaar het ontbijt serveren.
 
 
 
Na dit waargebeurde fragment uit een film stap ik op voor een mooie rit op een mooie dag. Naar Waxham leiden Eva en Tomtom me over zanderige kronkelwegen naar de kust, ik oefen het rijden in mul zand. Staand op de pedalen is dat te doen. Zolang het land vlak is, is het saai. Maar na Cromer gaat het glooien en als ik door akkers en bossen rij loopt er eerst een haas zo’n 100 meter voor me uit. Als ik de volgende bocht omga steken er ook nog eens twee herten over, die in het weiland rechts verdwijnen. Ik zie diverse vogels en een grote fazant schrikt als ik aankom.
 
 
 
In de heuvels is het heerlijk knallen, ik bedoel rijden. Er is veel agrarisch verkeer dat iedereen ophoudt behalve de eenpersoonsmotorclub. Met zijn allen passeren we deze files in een oogwenk en de weg is weer voor ons. In een bui van creativiteit duik ik ergens een weiland met klaprozen in en maak fotos voor thuis. Dan weer verder tot aan Skegness. Het is zulk mooi weer dat ik op een camping even pauze hou, dan even douchen en weer op de motor richting kust en dan Kingston upon Hull, beter bekend als Hull voor Hollanders.
 
 
Van Skegness naar Chapel st leonards in een oogwenk, dan bochten en struiken en landerijen tot aan Trusthorpe. Van Grimsby zal ik wat plaatjes van Internet moeten plukken: alle winkels zitten potdicht met rolluiken die ik ken van reportages in Beiroet, niet leuk en zelfs beangstigend. Wegwezen.
 
 
 
 
Via wat industrie gebieden kom ik uiteindelijk over de Humber Bridge in Hull. Weer zon bijzondere kamer met een douche maar geen toilet. Wel lekker goedkoop met mijn maaltijdsalade van de Lidl. En met uitzicht op de parkeerplaats met de motor. Tot morgen.
 
Dinsdag 19 juni Dag 11 Wat nu? 
Altijd weer wat. Als om 4 uur de eerste gast het hotel verlaat wil zijn motor niet starten. Of ja, toch wel, kortom, ben weer wakker. En om 6 uur weer. Dus besluit ik om vandaag vroeger te vertrekken. Echter bedenk ik dat ik Tom nog moet voeren met de route van vandaag. Als ik daarmee klaar ben check ik even mijn Email. Wat nu? 

Drie klanten die mijn aandacht vragen. OK, dat handelen we in een uurtje af (ik was toch vroeg) dus rond 09:00 stap ik fier naar buiten en pak mijn muilezeltje op en rij weg. Wat nu? 

Er bekruipt me een gevoel van “dat heb ik eerder meegemaakt” dus ik stop na vijf meter, stap af, kijk naar de achterband en vloek niet, of is POEP wel een vloekwoord? Op zijn Engels dan. 
Het is toch niet te geloven? Hoe vaak heeft een gemiddelde motorrijder gemiddeld een lekke band? Ik schijn er een abonnement op te hebben. Wat nu? 

Een maand of wat geleden heb ik een cursus Bush Mechanic gedaan dus, Hallo!, ik sta mijn mannetje in de desert van Marokko dus ook op de parking van een hotel in Engeland. Na het constateren dat het geen poep is in mijn band, maar een keurige schroef, doe ik mijn gereedschap tasje open en verwijder vakkundig de schroef en teken af waar deze een gat heeft gemaakt. Dan open ik het pakje bandenkit, boor het gat groter, doe hardmaker op een veter en druk deze zip zap in het gat. Nog even twee gaspatronen erin en klaar. Binnen tien minuten ongeveer, zonder opscheppen binnen een kwartier ben ik alsnog onderweg. 

 

De plaatselijke bandenman helpt me aan wat extra bandendruk voor weer een geweldige dag. Ik zeg Hull goedendag en verlaat de drukte richting een natuurgebied op de landtong oostelijk van Hull, bekend onder de naam Spurn Head. Leuk om te zien dat vogelaars de natuur beschermen broederlijk naast de vissers die naar hun maaltje hengelen. Ook leuk is te zien dat dit natuurgebied broederlijk existeert naast een uitgebreide gaswinningsinstallatie en een windmolenpark. En helemaal leuk zijn de wegen van en naar dit gebied. Denk maar aan Duitsland in de Harz of Schwarzwald: strak met keurige lijntjes. Met bochten tot aan Hornsea!! Als Topgear dit had geweten hadden ze hier meer tests gedaan. 
 
 
 


Dat met die bochten begint weer na Scarborough tot aan Whitby. Helaas maakt een locale grijze duif met zijn ultra langzame rijden menige bocht tot een slakkenspoor, toch is het genieten met een zware motor met koffers en een plug in de achterband. Wouw. Ga maar eens kijken. Engeland heeft veel te bieden. 

 
   
  Middlesborough Transporter Bridge

Ik dender door tot Marske by the Sea, bijna bij Middlesborough. Daar begint het echt industrieel grotsteeds armoedig triest troosteloos armoedig rommelig niet leuk te worden. Ik heb zoveel natuur gezien en zoveel groen, roze, geel, paars. Dat het grauwe en bruine me gaat tegenstaan. Als er natuur is zijn de mensen blij en gezond en actief en als er stad is zijn de mensen somber en dik en mat. Ik ga er tot Hartlepool langzamer van rijden. 
 


Daar pak ik het nog even op, tot aan Sunderland. Vanaf daar ik het ruimte zoeken en drukken en trekken totdat ik op het laatste stukje kustweg tot South Shields kom. En nu? 
 

Ik ben er. Het is klaar. Gelukt. Rondje gemaakt. 
Vreemd. Ik voel me niet blij. Niet gelukkig of zeg maar geëmotioneerd zoals bij mijn tochten naar Noordkaap of Gibraltar. Het is dinsdag 1600 en mijn boot naar Nederland gaat pas donderdag. Wat nu? 

Ik besluit om de grote deprimerende stad achter me te laten en kijk of er een hotelletje is in de natuur van de Pennines. Wellicht kom ik daar tot rust. Even niet de “Drive” om kilometers te maken. Ik vind een hotelletje in een gehucht tussen Alston en Hexham, in the middle of nowhere. Het ziet er goed uit en het is er, op dinsdag avond, erg rustig. 

Mijn project zit erop. Een rondje UK langs de kust. Shape of a Nation. Ik denk dat ik de eenpersoonsmotorclub erbij haal om het te vieren. Bij mij heerst de vraag: “Wat nu?”. 
 
Woensdag 20 juni 2018 Dag 12 Hexham 96313
 
Epiloog 1 
Dag 12,rondje Pennines om het af te leren. Van 96082 tot 96313 
In het kort: lang geslapen, laat ontbeten, het wordt buiten net droog als ik om tien uur wegrij. De koffers laat ik bij het hotel, alleen de topkoffer met technische dingen gaat mee. Dat rijdt wel even anders. Het gaat eerst even naar onder naar Alston; de moors liggen er donker en koud maar o zo mooi bij. Dan naar linksboven naar Lambley en voor Milton naar links naar Faram en later Amarthwaite. Dat dorp is moeilijk te vinden door een wegafsluiting. 

Via de rand van de Pennines kom ik er toch en ga terug naar boven naar Lazonby. Vandaar naar Langwethby en weer terug naar boven. Dat is me toch een mooie beklimming! Op de top zie ik een restaurant met parking en focus op de vergezichten richting Lake District. Er staan twee autos en twee motorfietsen. De ene motormuis komt naar me toe, wijst op het restaurant en vraagt wie die Crispy Bacon besteld heeft. Dan zie ik dat het restaurant volledig uitgebrand is, had ik niet eens gezien. 

Na de prietpraat en een foto gaat het weer richting Alston. Daar stop ik en buig over de tanktas met kaart voor de weg naar Middleston. Ik kijk op, midden in het gezicht van een hele knappe vriendelijke dame en voor ik het weet spreek ik haar aan met de vraag, waarop ik het antwoord al weet: “Is dit de weg naar Middleston?”. Haar glimlach zorgt dat de zon gaat schijnen. Of andersom, zorgde de zon voor haar verschijning. Of andersom, was ik gewoon op het juiste moment op de juiste plek? 

Kortom, het is een prachtige weg van Alston naar Middleston, zeer fotogeniek laten we maar zeggen. Het is de tweede keer dat ik deze weg berijd, twee weken geleden was het hier bar en boos regenweer. Zeker als de zon even doorbreekt is het uitzicht fenomenaal. In Middleston koop ik een uitstekende koffie en eet een versgebakken scone. Daar komt een BMW sport Z4 cabrio met dak dicht, ultra ultra langzaam inparkeren. Nog eens heen en weer. Er stappen een oude grijze man (passagier) en dito vrouw (coureur) uit en ik vroeg of ze ook een handbrake U-turn kon maken. Zij lacht en later komen we even aan de praat over Schotland en reizen. Leuk. 

 
 

Dan gaat het richting terug naar het hotel. Maar wel met een kleine omweg via Cowshill en Allendale. Weer een ander stukje Pennines. Aanrader deze route. Als binnenlandse afsluiter van een toch wel episch avontuur. Vooruit, dan gaan we nu even epilogen: 

Het Shape of a Nation project is wat mij betreft afgesloten. Gisteren kon ik het nog niet helemaal bevatten, maar wat de eenpersoonsmotorclub hier heeft neergelegd is toch wel iets bijzonders. Ben benieuwd hoeveel mensen bereid zijn om, zoals ik, in dertig reisdagen ongeveer 12000 kilometer kustwegen te rijden. Ik ben trots op de eenpersoonsmotorclub dat we het allemaal hebben volgehouden. 

Jazeker, we hebben veel geluk gehad met het weer. Op een enkele regenbui na vrijwel alle dagen de zon gezien. Soms was het koud en winderig en waren we ‘s avonds moe en in de miezer op zoek naar een hotel, zoals op Skye. En soms was het warm, droog, zonnig en namen we een relax pauze in een bubblebad op een camping bij Skegness. Maar altijd scheen de zon in mijn helm en hadden we een glimlach op ons gezicht. 

Geen pech gehad, anders dan twee lekke banden: de ene in Edinburgh waarbij ik de spijker heb laten zitten, in banden die toch aan vervanging toe waren, tot bij de BMW dealer; de tweede, die ik zelf binnen 20minuten repareerde, twee dagen geleden op de parkeerplaats bij het hotel. Eindelijk kon ik het gereedschap dat ik bij me had, gebruiken. Leve de bandenkit en gereedschapset die Berrt Duursma me adviseerde. 

Veel plezier gehad van een goed pak dat bestand is tegen weer en wind. Mijn Stadler pak was niet goedkoop maar absoluut de investering meer dan waard. Als anderen hun regenoverall aandeden reed ik verder. Als anderen flapperende jasjes droegen ademde mijn jas de warmte weg. Hetzelfde geldt voor mijn Goretex ademende Sidi Adventure laarzen: ze lijken zwaar maar zijn warm en reuze comfortabel. Overigens droeg ik elke dag een lichtgewicht ademende lange onderbroek en een Columbia Ultra Freeze met lange mouwen, tegen het plakken van huid tegen pak. 

Veel leuke, aardige mensen ontmoet in een land dat toch wel zeer vriendelijk is voor motorrijders. Elke keer als je je helm af zet heb je aanspraak en is men je van dienst. 
Diverse bijzondere slaap- en eetgelegenheden bezocht. Van douches in de kast tot aan klassieke eetzaal met bezorg-pizza. 

Als je de hele dag aan het rijden bent, heb je ook tijd om na te denken. Soms denk je aan vroeger, soms aan de toekomst. Je vergelijkt wat je ziet met wat je weet, wat je kent. Maar je weet dat het anders kan, dat het beter of slechter kan. Je accepteert verschillen gemakkelijker. Het is echt een mooie one-liner: “the more we travel, the closer we get”. 
Soms zit je te rijden te denken: ik wou dat ik dit kon delen, dat jij dit ook ziet. En dan accepteer je dat ik het ben die het nu meemaakt. Carpe diem. 

Soms heb je geen tijd om te denken, dan is het een kwestie van overleven bij gravel in onoverzichtelijke bochten, bij inhalende auto’s als er geen plek is of tijdens je rondje van 38 minuten op het eiland Man; bij moeilijke bospaden met nat mos in het midden of bij onwaarschijnlijk mooie uitzichten: hierbij herinner ik me het noordwesten van Schotland waar ik gewoon moest stoppen omdat het teveel was. 
De komende jaren zal ik nog vaak van de herinneringen aan deze rit genieten. 

Voor een eerste Epiloog hou ik het hier even bij. Het was een hele opgave, een beste klus, een mooi project. Een aanrader voor motorrijders die voorzichtig op avontuur willen gaan. Ik zal dit rondje nooit meer doen. En met dat ik dit zeg, krijg ik een beetje natte ogen. 
Watje! Neem er maar een borrel op. Wees trots op wat je gedaan hebt, Hünx! 
Volgens mij gaat het nog wel even duren voordat alle leden van de eenpersoonsmotorclub eensgezind kunnen terugkijken op het project The Shape of a Nation.
 
21 juni 2018 | Door: Eenpersoonsmotorclub 
 43    0    Newcastle upon Tyne, Verenigd Koninkrijk 
aA
Dag 13 Epiloog 2
https://maps.googleapis.com/maps/api/staticmap?key=AIzaSyBh-rCNCtuLKe0LE2tfXyHn3Uq2KfQCDv0&center=54.973280,-1.613960&zoom=6&size=150x150&maptype=terrain&sensor=false
Dag 13 Epiloog 2 en afscheid 
Gisteren kwam ik in het hotel en zaten drie motorrijders op leeftijd, de mijne, bier te drinken aan de bar. Heren toch! Het bleek dat ze ook zouden overnachten en we raakten kort aan de praat. Een van hen is net als ik zelfstandig ondernemer en wordt net als ik af en toe ondebroken door een telefoontje of mailtje inzake het werk dat je toch niet loslaat. 


 

Na het ontbijt gaat het voor mij richting de Ferry, maar dan wel met een mooie omweg want het zonnetje schijnt tussen de zeldzame wolkjes. Eerst weer naar Alston en Milton en dan via de Hadrian Wall route naar het oosten. 
 
 

Als toefje op de taart, als kers op de pudding, kom ik ook nog langs Haltswhistle waar het middelpunt van Brittannië is. Ik heb nu het meest noordoostelijke, meest zuidwestelijke, meest oostelijke en nu ook het centrum gezien. Top. 
 


De rest van de rit heb ik de wind en zon in de rug richting Blyth en vandaar naar Whitley Bay waar ik een heerlijke espresso en een broodje coronation chicken neem. 
Dan naar de Ferry voor het lange wachten. Eerst voor een hokje waar ze je een kaartje geven. Dan honderd meter verder voor een hokje waar ze het kaartje inscannen (mannetje komt aanlopen, neemt van 1 motorrijder het kaartje, loopt terug naar een kastje, scant, loopt terug naar de motorrijder en zo worden alle tientallen wachtende motoren bediend. Stupid. 
 


Dan het wachten voor het werkelijke boarden, in de rij gezet worden, motor vastmaken en je weg naar je kajuit zoeken. Anderhalf uur later zitten we in de zon aan dek, troubadour op de achtergrond, even kletsen met een Schot die in Duitsland brandweerman is. 

 
 

Bij het eten denk ik weer aan thuis en dat dit hele avontuur niet mogelijk was geweest zonder het begrip en de ondersteuning van mijn echtgenote.
 
22 juni 2018 | Door: Eenpersoonsmotorclub 
 385    0    Newcastle upon Tyne, Verenigd Koninkrijk 
aA
Dag 14, tot een volgend avontuur
https://maps.googleapis.com/maps/api/staticmap?key=AIzaSyBh-rCNCtuLKe0LE2tfXyHn3Uq2KfQCDv0&center=54.973280,-1.613960&zoom=6&size=150x150&maptype=terrain&sensor=false
Dag 14 tot het volgende avontuur. 
Het is ochtend. De Ferry komt nu aan in IJmuiden. Nog even sturen en we zijn thuis.
 
Die begripvolle echtgenote krijgt zometeen een oprechte knuffel. Bedankt.